Wonderen van de Koran

Wonderen van de Koran, deel 3

DE VORMING VAN DE NEERSLAG

De bovenstaande illustratie laat zien dat waterdruppels in de lucht worden losgelaten. Dit is het eerste stadium van de vorming van regen. Hierna zullen de waterdruppels in de pasgevormde wolken over de hemel worden verdeeld en dan condenseren om regen te vormen. Al deze stadia worden in de Qoer’aan verteld.

Gedurende een lange tijd was het een groot mysterie hoe de regen gevormd werd. Pas toen de weerradar was uitgevonden werd het mogelijk om de verschillende stadia waarin regen gevormd is, te ontdekken.

Volgens deze ontdekking vindt de vorming van neerslag in drie stadia plaats. Eerst stijgt ‘de grondstof’ voor de neerslag op in de lucht, door middel van de wind. Later worden er wolken gevormd en tenslotte verschijnen de regendruppels.

De verhandeling van de Qoer’aan over de vorming van neerslag verwijst precies naar dit proces. In een vers wordt deze vorming op de volgende manier beschreven:

Allah is Degene Die de winden stuurt, zodat zij wolken verzamelenen hen over de hemel verdelen zoals Hij wil en hen dan in delen opbreekt, tot jullie uit hun midden regendruppels zien voortkomen! Dan als Hij ze op de dienaren die Hij wil laat vallen, zie! Zij verheugen zich! (Qoer’aan 30:48)

Laten we nu deze drie stadia die in het vers omschreven zijn eens technischer bekijken:

Het eerste stadium: “Allah is Degene Die de winden stuurt…..”

Ontelbare luchtbelletjes, gevormd door het schuimen van de oceaan, springen voortdurend open en veroorzaken waterdeeltjes die in de lucht worden geworpen. Deze deeltjes, die rijk zijn aan zout, worden vervolgens door de winden weggedragen en rijzen dan op in de atmosfeer. Deze deeltjes die aerosols genoemd worden, functioneren als een waterval en vormen wolkendruppels, door in de buurt van water, damp te verzamelen die uit de zeeën opstijgen als kleine druppels.

Het tweede stadium: “zodat zij wolken verzamelen en hen over de hemel verdelen zoals Hij wil en hen dan in delen opbreekt…”

De wolken worden gevormd van waterdamp die condenseert rondom de zoutkristallen of de stofdeeltjes in de lucht. Omdat de waterdruppels in deze wolken erg klein zijn (een doorsnede tussen de 0,01 en 0,02 mm) worden de wolken in de lucht opgehangen, en verspreiden zich over de hemel. Aldus is de hemel met wolken bedekt.

Het derde stadium: “tot jullie uit hun midden regendruppels zien voortkomen!”

De waterdeeltjes die de zoutkristallen en stofdeeltjes omringen, verdikken zich en vormen regendruppels. Druppels die zwaarder worden dan de lucht verlaten de wolken en beginnen als regen op de grond neer te komen.

Zoals we zien, wordt ieder stadium van de vorming van regen, in de Qoer’aan verzen vermeld. Bovendien worden deze stadia precies in de juiste volgorde uitgelegd. Net zoals met vele andere natuurlijke fenomenen op de aarde, geeft Allah ook de allerbeste uitleg over dit fenomeen en vertelt het aan de mensen in de Qoer’aan, eeuwen voordat het ontdekt werd.

A) Geïsoleerde kleine stukjes wolk (cumuluswolk)
B) Als de kleine stukjes wolk samenkomen, vermeerdert de opwaartse luchtdruk in de grote wolk zich en zo wordt de wolk opgestapeld.

Deze opwaartse luchtdruk zorgt ervoor dat de wolk verticaal groeit, de wolk stapelt zich op. Deze verticale groei zorgt ervoor dat de wolk in koudere lucht terecht komt, waar de waterdruppels en hagelkorrels zich samenvoegen en groter en groter worden. Als de waterdruppels en hagel te zwaar worden om door de opwaartse druk ondersteund te worden, beginnen ze als regen of hagel uit de wolk te vallen. Dit wetenschappelijke feit wordt in soera 24 (noer) vers 43 op deze manier door Allah verteld: vervolgens hen tot een hoop met lagen maakt en zie je niet dat de regen tussen hen voortkomt.

In een ander vers wordt de volgende informatie gegeven over de vorming van de regen:

Zie jij niet dat Allah de wolken zachtjes voortduwt, en hen dan samenvoegt, vervolgens hen tot een hoop met lagen maakt en zie je niet dat de regen tussen hen voortkomt. En Hij laat uit de lucht hagel (zoals) bergen komen en slaat daarmee wie Hij wil en weerhoudt het van wie Hij wil. De levendige flits van de bliksem verblindt bijna het gezicht{vermogen}. (Qoer’aan 24:43)


Kleine wolken (cumuluswolken) worden weggeblazen en voegen zich met behulp van de wind samen, dat is zoals het vers zegt: Zie jij niet dat Allah de wolken zachtjes voortduwt, en hen dan samenvoegt

Wetenschappers die de soorten wolken onderzochten kwamen opvallende resultaten tegen als het ging over de vorming van regenwolken, Regenwolken worden volgens vastgelegde systemen en stadia gevormd. De vormingsstadia van cumulonimbus, een soort regenwolk zijn de volgende:

1e stadium: voortgedreven worden. Wolken worden weggedragen, d.w.z. ze worden door de wind voort geblazen.

2e stadium: samenvoeging. Dan worden de kleine wolken (cumuluswolken) die door de wind voort geblazen worden, samengevoegd en vormen een grotere wolk.6

3e stadium: opstapeling: Als de kleine wolken zich samenvoegen, dan stijgt de opwaartse luchtstroom in de grote wolk. De opwaartse luchtstromen in het midden van de wolk zijn groter dan die aan de rand. Deze opwaartse luchtstroom zorgt ervoor dat de wolk verticaal groeit, de wolk stapelt zich op. Deze verticale groei zorgt ervoor dat de wolk zich in koelere gedeelten van de atmosfeer uitstrekt, daar komen de deeltjes water en hagel samen en worden groter en groter. Als deze druppels water en hagel te zwaar worden voor de opwaartse luchtstroom om hen te ondersteunen, beginnen ze uit de wolk te vallen, als regen, hagel etc. 7

We moeten niet vergeten dat de meteorologen pas recent deze details van de wolkvorming, structuur en functie te weten zijn gekomen en wel door het gebruik van technisch hoog ontwikkeld materiaal, zoals vliegtuigen, satellieten en computers. Het is duidelijk dat Allah ons een stukje informatie gegeven heeft waar men 1400 jaar geleden, niet van op de hoogte geweest kon zijn.

DE BEVRUCHTENDE WINDEN

In een vers van de Qoer’aan worden de bevruchtende eigenschap van de winden en de vorming van regen, als resultaat, genoemd.

En Wij sturen bevruchtende winden, dan laten Wij het water uit de hemel neerdalen, en Wij geven het jullie te drinken (Qoer’aan 15:22)

In dit vers wordt gewezen op het feit dat het eerste stadium van de vorming van neerslag, wind is. De enige relatie tussen wind en regen, die bekend was tot het begin van de 20ste eeuw, was dat de wind de wolken voortdreef. Maar ontdekkingen in de moderne meteorologie hebben de ‘vruchtbaar makende’ rol van de wind bij de vorming van regen, gedemonstreerd…

De “bevruchtende” functie van de wind is de volgende:

Aan de oppervlakte van de oceanen en zeeën worden ontelbare luchtbellen gevormd door de schuimende werking van het water. Op het moment dat deze luchtbelletjes open springen, worden duizenden kleine deeltjes met een doorsnede van maar een honderdste millimeter in de lucht geslingerd. Deze deeltjes, aerosols, vermengen zich met het stof dat door de wind van het land is afgeblazen en worden dan naar de bovenste laag van de atmosfeer gedragen. Deze deeltjes worden door de wind naar grotere hoogten vervoerd en komen in contact met de waterdamp aldaar… De waterdamp rondom deze deeltjes condenseert en verandert in waterdruppels. Deze waterdruppels komen samen en vormen wolken, en vallen tenslotte in de vorm van neerslag op aarde.

Het plaatje boven laat de verschillende stadia van de vorming van een golf zien. Golven worden door de wind gevormd als deze over de oppervlakte van het water blaast. Door de wind beginnen waterdeeltjes in een cirkelvormige beweging te draaien. Deze beweging vormt al gauw golven, de één na de ander, en belletjes die door de golven gevormd worden, verspreiden zich door de lucht. Dit is het eerste stadium van de vorming van regen. Dit proces wordt in het vers verklaard als: En Wij sturen bevruchtende winden, dan laten Wij het water uit de hemel neerdalen

Zoals we zien, ‘bevruchten’ de winden de waterdamp die in de lucht zweeft met de deeltjes die zij van de zee meedragen en helpen zij tenslotte bij de vorming van regenwolken.

Als de winden deze eigenschap niet hadden, zouden er nooit in de bovenste atmosfeer waterdruppeltjes gevormd worden en zou er nooit zoiets als regen bestaan.

Het belangrijke punt hier is dat de belangrijke rol van de wind bij de vorming van regen eeuwen geleden in een vers van de Qoer’aan vermeld werd, in een tijd waarin de mensen maar heel weinig over natuurlijke fenomenen wisten.

DE ZEEÈN DIE ZICH NIET MET ELKAAR MENGEN


Een satellietfoto van Gibraltar.

Eén van de eigenschappen van de zeeën welke pas onlangs ontdekt is, wordt in een Qoer’aanvers als volgt omschreven:

Hij heeft de twee zeeën losgelaten om elkaar te ontmoeten. Tussen hen is een scheiding die geen van beiden voorbij kan gaan. (Qoer’aan 55:19-20)

De eigenschap van zeeën, n.l. dat ze bij elkaar komen, zonder dat er vermenging met elkaar plaatsvindt, is pas onlangs door oceanografen ontdekt. Door de fysieke kracht, die “oppervlaktespanning” genoemd wordt, vermengen de wateren van naast elkaar liggende zeeën zich niet met elkaar. Dit wordt veroorzaakt door een verschil in dichtheid van hun wateren, de oppervlaktespanning voorkomt de menging met elkaar, net alsof er een dunne muur tussen hen is.8

Het is interessant, dat in een tijd dat de mensen geen kennis van natuurkunde, van oppervlaktespanning of van oceanografie hadden, dit in de Qoer’aan is geopenbaard.


Er zijn grote golven, sterke stroming en getijden in de Middellandse zee en de Atlantische oceaan. Het water van de Middellandse zee, komt bij Gibraltar, de Atlantische Oceaan in. Maar de temperatuur, het zoutgehalte en de dichtheid veranderen niet vanwege de grens die hen scheidt.

DE DUISTERNIS IN DE ZEEÈN EN DE INWENDIGE GOLVEN

Of (de toestand van de ongelovigen) is als de duisternis van een grote diepe zee, overweldigt door een grote golf, met een grote golf aan haar top en daarboven donkere wolken, duisternis op duisternis, als iemand zijn hand uitsteekt, kan hij het nauwelijks zien! En degene waarvoor Allah niet het licht heeft aangewezen, voor hen is er geen licht. (Qoer’aan 24:40)


Metingen die door hedendaagse technologie gedaan worden, hebben onthuld dat tussen de 3 – 30 % van het zonlicht door de oppervlakte van de zee weerkaatst wordt. Dan worden bijna al de zeven kleuren van het lichtspectrum geabsorbeerd in de eerste 200 meter, de één na de ander, behalve het blauwe licht (plaatje links). Beneden de 100 meter, is er helemaal geen licht (bovenste plaatje). Dit wetenschappelijk feit werd al in de Qoer’aan, veertienhonderd jaar geleden, verteld.

De algemene omgeving van de diepzee wordt in het boek “Oceans’ beschreven:

De duisternis in de diep zeeën en in de oceanen wordt op een diepte van 200 meter en lager gevonden. Op deze diepte is er bijna geen licht. Beneden een diepte van 1000 meter is er helemaal geen licht.9

Tegenwoordig hebben we kennis over de algemene structuur van de zee, over de eigenschappen van de levende wezens daarin, over het zoutgehalte en ook over de hoeveelheid water die het bevat, over de oppervlakte en over de diepte. Onderzeeërs en bijzonder instrumentarium, ontwikkeld door de moderne technologie, stellen de wetenschappers in staat dit soort informatie te verkrijgen.

Mensen kunnen zonder de hulp van speciale uitrustingen niet dieper dan zeventig meter duiken. Zij kunnen niet zonder hulp overleven in de diepe, donkere delen van de oceaan, zoals op de diepte van 200 meter. Daarom hebben wetenschappers pas kortgeleden deze gedetailleerde stukjes informatie over de zeeën ontdekt. Maar ‘de duisternis van de diepe zee’ is informatie die door de Qoer’aan verstrekt is. Het is beslist één van de wonderen van de Qoer’aan dat zulke informatie gegeven werd in een tijd waarin er geen uitrusting was die de mens in staat stelde om naar de diepte van de oceaan te duiken.

Bovendien staat er in de verklaring van vers 40 van Soera Noer: “als de duisternis van een grote diepe zee, overweldigt door een grote golf, met een grote golf aan haar top en daarboven donkere wolken.” Dit vestigt de aandacht op een ander wonder van de Qoer’aan.

Wetenschappers hebben onlangs ontdekt dat er golven in de zee zijn, die ‘verschijnen op de scheidingslijnen van de dichtheid tussen lagen van verschillende dichtheid’. Deze ‘inwendige’ golven bedekken de diepe wateren van zeeën en oceanen, aangezien diep water een hogere dichtheid heeft dan het daarboven liggende water. De ‘inwendige’ golven zijn als oppervlaktegolven, ze kunnen breken, net als oppervlaktegolven. ‘Inwendige golven kunnen niet door het menselijk oog worden waargenomen, maar ze kunnen worden opgespoord door op een bepaalde locatie de veranderingen in de temperatuur of het zoutgehalte te bestuderen.10

Deze uitspraak van de Qoer’aan komt absoluut overeen met de bovenstaande uitleg. Zonder onderzoek, kan men alleen de golven aan de oppervlakte van de zee zien. Het is onmogelijk dat iemand iets weet over de ‘inwendige’ golven, onderin de zee. Maar in Soera Noer vestigt Allah onze aandacht op een ander soort golf, die in de diepte van de oceanen voorkomt. Dit feit, dat wetenschappers pas hebben ontdekt, laat opnieuw zien dat de Qoer’aan, het woord van Allah is.


Dit plaatje links laat de inwendige golven zien, tussen twee lagen water van verschillende dichtheid. De onderste laag is dichter dan de bovenste laag. Dit wetenschappelijke feit, dat verklaard wordt in vers 40 van Soera Noer van de Qoer’aan, veertienhonderd jaar geleden, is pas zeer recent door hedendaagse wetenschappers ontdekt.

HET GEBIED DAT ONZE BEWEGINGEN BEHEERST

Nee! Als hij niet ophoudt, zullen Wij hem bij zijn voorhoofdslok grijpen! Een leugenachtige zondige voorhoofdslok! (Qoer’an 96:15-16)

De uitdrukking: een leugenachtige zondige voorhoofdslok in het bovenstaande vers is heel interessant. Onderzoek dat in de laatste jaren is uitgevoerd, heeft duidelijk gemaakt dat het prefrontale gebied, dat verantwoordelijk is voor de regeling van specifieke functies van de hersenen, in het frontale deel van de schedel ligt. Wetenschappers hebben de functies van dit gebied, waar de Qoer’aan al veertienhonderd jaar geleden op wees, pas de laatste 60 jaren ontdekt. Als we in de schedel, aan de voorkant van het hoofd kijken, zullen we het frontale gebied van de grote hersenen aantreffen. In een boek getiteld: Essentials of Anatomy and Physiology, dat ook de resultaten van het laatste onderzoek van de functies van dit gebied bevat, wordt gezegd:

De motivatie en het vermogen om iets te plannen en de bedoelde bewegingen vinden plaats, in het voorste gedeelte van de frontale lobben, in het prefrontale gebied. Dit is het gebied van de associatie hersenschors…11

Het boek gaat verder:

Vanwege zijn betrokkenheid bij motivatie, wordt aangenomen dat het prefrontale gebied ook het functionele centrum voor agressie is…12

Dit gebied van de grote hersenen is verantwoordelijk voor planning, motivatie en het beginnen van goed en slecht gedrag en het is verantwoordelijk voor het vertellen van leugens en van de waarheid.

Het is duidelijk dat de uitdrukking “de leugenachtige, zondige voorhoofdslok” volledig correspondeert met de bovenstaande uitleg. Dit feit, dat wetenschappers pas sinds 60 jaar weten, is door Allah eeuwen geleden in de Qoer’aan vermeld.

6 Anthes, Richard A., John J. Cahir, Alistair B. Fraser and Hans A. Panofski, 1981, The Atmosphere, 3. ed., Columbus, Charles E. Merill Publishing Company, p. 268-269; Millers, Albert; and Jack C. Thompson, 1975, Elements of Meteorology, 2. ed. Columbus, Charles E. Merill Publishing Company, p. 141.
7 Anthes, Richard A., John J. Cahir, Alistair B. Fraser and Hans A. Panofski, 1981, The Atmosphere, 3. ed., Columbus, Charles E. Merill Publishing Company, p. 269; ; Millers, Albert; and Jack C. Thompson, 1975, Elements of Meteorology, 2. ed. Columbus, Charles E. Merill Publishing Company, p. 141-142.
8 Davis, Richard A., Jr. 1972, Principles of oceanography, Don Mills, Ontario, Addison-Wesley publishing, p. 92-93.
9 Elder, Danny; en John Pernetta, 1991, Oceans London, Mitchel Beazley Publishers, p. 27.
10 Gross, M. Grant; 1993, Oceanography, a View of Earth, 6 ed., Englewood Cliffs, Prentice-Hall Inc., p. 205.
11 Seeley, Rod R., Trent D. Stephens; en Philip Tate, 1996, Essentials of Anatomy & Physiology, 2nd ed. , St. Louis, Mosby-Year Book Inc., p. 211; Noback, Charles R.; N.L. Strominger; en R.J. Demarest, 1991, The Human Nervous System, Introduction and Review, 4. ed., Philadelphia, Lea & Febiger, p. 410-11.
12 Seeley, Rod R., Trent D. Stephens; en Philip Tate, 1996, Essentials of Anatomy & Physiology, 2nd ed. , St. Louis, Mosby-Year Book Inc., p. 211

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close