Wetgeving

Twijfelachtige zaken dienen vermeden te worden.

Dankzij Allah’s genade aan de mensen zijn zij niet in onwetendheid omtrent het Halal en Haram gebleven. Hij heeft hen zelfs heel duidelijk gemaakt, wat Halal is en hen uitgelegd wat Haram is. Zoals Hij zegt:

“Terwijl Hij al reeds heeft uitgelegd wat Hij u heeft verboden” (Q.6:119)

In overeenstemming daarmee mag men het Halal doen en moet men het Harame vermijden, zolang men de keuze hieruit heeft. Er is echter tussen het duidelijke Halal en het duidelijke Harame een grijs tussengebied. Dit is het terrein van hetgeen twijfelachtig is. Sommige mensen zijn niet in staat om te beslissen of iets Halal of Haram is. Zulke verwarring kan veroorzaakt worden door een twijfelachtig bewijs of door twijfel aan de toepasbaarheid van de tekst op een bepaalde omstandigheid of een specifieke kwestie.

Als het om zulk soort zaken gaat, dan rekent de Islam het tot de vrome daden van de moslims om het twijfelachtige te vermijden, opdat men er zeker van is, dat men niets Harams doet. Dit is gelijk aan wat al eerder besproken is met betrekking tot het blokkeren van de wegen, die tot het Harame leiden. Zo’n voorzichtige benadering traint de moslim op zijn plannen vooruit te zien en zijn kennis over zaken en mensen te vergroten. De oorsprong van dit principe ligt in een uitspraak van de Profeet (vzmh):

“Het Halal is duidelijk en het Haram is duidelijk. Tussen de twee zijn twijfelachtige kwesties waarvan de mensen niet weten of zij Halal of Haram zijn. Degene die ze vermijdt omdat hij zijn religie en zijn eer veilig wil stelten is veilig, maar degene die daar een aantal zaken van doet, kan iets doen wat Haram is; zoals iemand die zijn dieren naast de hima laat grazen (de grond die gereserveerd ij voor de dieren van de koning, en die verboden is voor andere dieren); waarbij het heel goed mogelijk is dat sommige dieren daarop gaan lopen. Waarlijk iedere koning heeft een hima. De hima van Allah is dat, wat Hij verboden heeft.”32

Yusuf al Qaradawi

SHAYKH YUSUF AL QARADAWI,1926, IS EEN TOONAANGEVEND ISLAMITISCHE THEOLOOG. HIJ STUDEERDE AF AAN HET USUL UD-DEEN (THEOLOGIE) FACULTEIT VAN HET AL AZHAR UNIVERSITEIT IN 1953. HIJ BEHAALDE ZIJN LERAARCERTIFICAAT IN 1954 EN WERD IN 1974 PH.D. (DOCTOR IN WETENSCHAPPEN). HIJ WERD ONDER ANDERE BEKEND DOOR ZIJN WEKELIJKSE PROGRAMMA, WETGEVING EN HET LEVEN (SHARIA WAL HAYAT), DAT UITGEZONDEN WORDT OP ALJAZEERA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Zie ook

Close
Close