Het leven van de profeet

De Afscheidsbedevaart

De verkondiging van de Islam “da’wah” had het hele Arabische Schiereiland bereikt. Allah, de Verhevene, zorgde ervoor dat er een groep gelovigen bestond die verdere verkondiging van deze religie en het verspreiden ervan over de hele wereld als taak op zich nam. Allah, de Verhevene, had voor-bestemd dat de inspanningen van de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, vruchten af hadden geworpen voordat hij zou sterven, door hem de Gewijde moskee in Mekka te laten bezoeken in de maand Thul Hidjah van het jaar 10 hijri. Toen de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, de “hadj” wilde verrichten, maakte hij dit bekend aan de mensen, waarna een grote groep mensen zich verzamelde in Medina. Dit vond plaats op zaterdag 26 Thul Qi’dah. De profeet, Allah’s zegen…

De emigratie naar Abessinië

De moslims hadden het dus zwaar te verduren. De volgende stap die de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, nam is de moslims erop wijzen naar Abessinië te emmigreren nadat hij er zeker van was dat de koning An-nadjashi een rechtvaardig iemand is die niemand onrecht zal aandoen. In de maand Radjab van het jaar 5 na het gezantschap is de eerste groep moslims geïmmigreerd. Twaalf mannen en vier vrouwen met als hoofd Othman Ibn Affan Alamawi, moge Allah met hem tevreden zijn. Zijn vrouw Ruqayah, de dochter van de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, was er ook bij. Zij worden beschouwd als het eerste gezin, na die van Ibrahiem en Loet, die op de weg van Allah zijn geïmmigreerd. Deze groep vertrok ‘s nachts…

De slag van Oehoed.

Terwijl de mensen van Quraish druk bezig waren met het voorbereiden van een wraakactie tegen de moslims na de nederlaag in Badr, werden zij verrast door een andere tegenslag; namelijk die van Qaradah in Nadjd. Dit leidde tot een enorme opschudding bij Quraish maar ze zijn onmiddelijk verder gegaan met voorbereiding en stelden de mogelijkheid voor vrijwilligers open die tegen de moslims wilden vechten. Ook verzamelden zij de “ahabiesh” d.w.z. “de slaven afkomstig uit Alhabasha”. Er werden dichters benoemd die de strijders moesten aanmoedigen en motiveren. Zo hadden zij een leger bij elkaar gekregen van drieduizend strijders, met drieduizend kamelen, tweehonderd paarden, zevenhonderd harnassen en een groep vrouwen om de strijders tot het strijden aan te zetten en de motivatie op een hoog peil te houden. Abu Sufyan werd als…

De vrouwen van de Profeet (v.z.m.h.)

De profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, heeft in totaal elf of twaalf vrouwen gehad in zijn leven, waarvan negen aan het einde van zijn leven en twee of drie die zijn gestorven voordat hij, Allah’s zegen en vrede zij met hem, stierf. Hieronder worden zijn vrouwen kort beschreven: 1. Moeder der gelovigen; Khadija bint Khuwailid, moge Allah met haar tevreden zijn Zoals eerder behandeld is was de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, vijfentwintig jaar en Khadija veertig jaar, toen hij met haar trouwde. Al zijn kinderen, behalve Ibrahiem, waren samen met haar. Tijdens haar leven was hij met geen andere vrouw getrouwd. Zij stierf in Mekka in de maand Ramadan van het 10de jaar na het gezantschap. Ze is begraven in Hoedjoen in Mekka…

De reizen van de profeet naar het Shaam-gebied

Mohammed’s eerste reis naar het Shaam-gebied (Syrië) Abutalib besloot op een gegeven moment deel te nemen aan een handelsreis naar het Shaam-gebied in de karavaan van Quraish. De profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, was toen twaalf jaar oud (of preciezer: twaalf jaar, twee maanden en tien dagen) en hij vond het vreselijk om afscheid van zijn oom te nemen, waardoor Abutalib medelijden met hem kreeg en hem meenam. De ontmoeting met de monnik Bahira Toen de karavaan bij de stad Basraa stopte, dat aan het Shaam-gebied grenst, kwam een van de grootste Christelijke monniken naar hen toe. De naam van de monnik was Bahira. Hij liep tussen de karavaan door totdat hij bij de profeet was, hij pakte zijn arm en zei: ‘Dit is de heer van…

De nobele afstamming

Hij is de edelmoedigste onder de schepselen van Allah, de beste onder Zijn gezanten en de laatste van de profeten; Mohammed de zoon van Abdullah, de zoon van Abdulmuttalib, de zoon van Haashim, de zoon van Abdu-munaaf, de zoon van Qusay, de zoon van Kilaab, de zoon van Murrah, de zoon van Ka’b, de zoon van Lo’ay, de zoon van Ghaalib, de zoon van Fihr, de zoon van Maalik, de zoon van An-nadhr, de zoon van Kinaanah, de zoon van Khuzaima, de zoon van Mudrika, de zoon van Ilias, de zoon van Mudhar, de zoon van Nizaar, de zoon van Mu’adh, de zoon van Adnaan. De geleerden zijn het er over eens dat Adnaan van Ismaïl afstamt, de zoon van Ibrahiem, vrede zij met hen. Maar de namen en het…

De geboorte van Mohammed

De profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, werd geboren in een buitenplaats van Beni Haashim in Mekka, op maandagochtend de negende (of de twaalfde, zoals ook wordt genoemd) van de maand Rabi’e I in het jaar van de olifant. De eerste datum is de meest betrouwbare maar de tweede datum is meer bekend. Deze datum komt overeen met 22 april 571 (na Christus). De vroedvrouw bij zijn geboorte was As-shifaa’, de dochter van Amr en de moeder van Abdurrahmaan Ibn Awf. Bij de bevalling kwam vanuit zijn moeder een licht naar buiten dat zelfs de Shaam-paleizen bereikte. Zij bracht zijn opa Abdulmuttalib op de hoogte van de geboorte, waarna Abulmuttalib vrolijk en gelukkig naar haar toekwam. Hij nam de baby in zijn armen en bracht hem de Ka’bah…

De kinderjaren van Mohammed

Het was traditie bij de Arabieren om op het platteland op zoek te gaan, voor hun pas-geboren kinderen, naar vrouwen die borstvoeding willen geven met als bedoeling deze kinderen voor de stedelijke ziektes te beschermen. Zodoende zouden zij sterk opgroeien en de Arabische taal vanaf hun kinderjaren beheersen. Door de voorbeschikking van Allah, de Verhevene, kwam een aantal vrouwen uit Beni Sa’d op zoek naar babies om borstvoeding te geven. De profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, werd aan hen allen aangeboden maar zij weigerden omdat hij een weeskind was. Onder de vrouwen bevond zich ook Halima, de dochter van Abou Thouayb. Zij kon geen ander kind meer vinden en nam de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, mee waarna zij zo gelukkig was, dat de…

Mohammed’s huwelijk met Khadija bint Khuwailid

Khadija merkte zijn betrouwbaarheid en zegeningen op en raakte er stil van. Maysarah vertelde haar ook wat hij allemaal zag van zijn goede eigenschappen, zijn prachtige karakter en wonderen zoals de aanwezigheid van de schaduwen van twee engelen als het warm was. Khadija voelde zich tot hem aangetrokken en stuurde een van haar vriendinnen naar hem toe om te laten weten dat zij graag met hem zou willen trouwen. De profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, ging daarmee akkoord en sprak daarover met zijn ooms die vervolgens haar hand gingen vragen bij haar oom Amr Ibn Asad. Hij gaf haar ten huwelijk aan de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem. Bij de huwelijksplechtigheden was een aantal vooraanstaanden van Banu Haashim en Quraish aanwezig en de bruidsschat…

De wederopbouw van de Ka’bah in Mekka

Toen de profeet, Allah’s zegen en vrede zij met hem, vijfendertig jaar oud was, vond een overstroming plaats die de muren van de Ka’bah beschadigde. Aangezien de muren al eerder waren beschadigd door een brand, vonden de mensen van Quraish het noodzakelijk om ze te herbouwen. Zij besloten daarop om de bouw alleen te financieren met het eerlijk verdiende geld, dus niet het geld van de bruidschat van een prostituee, het geld afkomstig van renteheffingen of dat ten onrechte afgenomen was van een ander. Zij vreesden Allah’s bestraffing als zij het zouden slopen, maar toen vertelde Alwalied, de zoon van Almoughirah hen: ‘Allah bestraft niet degenen die iets herstellen’ en begon zelf met het slopen. Zij volgden hem hierin totdat ze de fundamenten van Ibrahiem bereikten. Zij startten de bouw…
Close