Reinheid

Onreinheid en het wegnemen daarvan

Ten eerste: onreinheid; dat is de viezigheid waarvan de moslim verplicht is zich ervan te ontdoen en hetgeen te wassen wat ermee in aanraking is geweest.

Soorten:

  •  Urine en ontlasting van mensen en urine en ontlasting van dieren, waarvan men het vlees niet eet. De urine en uitwerpselen van de dieren, die wel gegeten worden,  zijn onrein volgens de Hanafieten en de Shafi’ieten. En rein volgens de Malikieten en de Hanbalieten.
  • Afscheiding, dat is het witte, kleverige water dat komt bij het denken aan geslachtsgemeenschap of iets dergelijks.
  • Voorvocht (al-wadi), dat is het witte water dat na het urineren komt.
  • Het stromende bloed, een beetje bloed daar is er vergeving voor. Volgens de Shafi’ieten is er vergeving bij bloed van vlooien en zweren, normaal gesproken is dat maar een beetje.
  • De hond en het varken.
  • Het braaksel.
  • Het dode dier (dat niet ritueel geslacht is), de dode mens, de vis en de sprinkhaan, en dat wat geen bloed heeft dat vloeibaar is.

Ten tweede: het wegnemen van de onreinheid:

Wanneer het menselijk lichaam getroffen wordt door onreinheid, of zijn kleding of iets anders, dan is het verplicht dat te reinigen. Als het zichtbaar is, dan is men verplicht de bron te reinigen. Als het niet zichtbaar is, dan is het wassen van die plek verplicht, totdat aangenomen kan worden dat die plek rein is.

Wat betreft de reiniging van de kommen waaruit honden geslobberd hebben, die moeten zeven keer gewassen worden –of met zand- (slobberen: de tong raakt het water of het vocht).

Het contact tussen de hond en het menselijk lichaam, dan is niet meer dan de normale reiniging nodig.

Een beetje viezigheid, waarvoor je niet kunt uitkijken, zoals een beetje bloed of braaksel, wordt vergeven.

De urine van schapen die niet gegeten worden, dan is het spoelen met water voldoende, de grote wassing is niet nodig.

Ten derde: de gebruiken voor het doen van je behoefte:

Wanneer een moslim zijn behoefte wil doen moet hij zich aan de volgende gebruiken houden:

  • Neem niets mee waar de naam van God opstaat, behalve als je bang bent het te verliezen.
  • Zeg “in de naam van God” (bismillah) en vraag bescherming van God bij binnenkomst en stop daarna met praten.
  • Ga niet met je gezicht of je rug in de richting van Mekka zitten. Dit moet de moslim in acht nemen bij het bouwen van een toilet in zijn huis.
  • Als het buiten is, doe dan niet je behoefte op de weg, of op een schaduwrijke plek en blijf ver van de holen van dieren.
  • Ga niet staande urineren, behalve als het niet zal spetteren (zoals in een urinoir dat boven de grond hangt).
  • Verwijder dat wat onrein is op één van de volgende manieren, met water als dat voorhanden is, of met iets hards (als dit niet een heilig voorwerp is). Dit is verplicht. Doe dit niet met je rechterhand! Was daarna je hand met water en zeep (als dit aanwezig is).
  • Ga naar binnen met je linkervoet eerst en zeg: “O, Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen het duivelse, de daden en geesten, en ik zoek toevlucht bij U, mijn Heer, als zij aanwezig zouden zijn”. En ga naar buiten met je rechtervoet eerst en zeg: Vergeef me.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Check Also

Close
Close