Wetgeving

Het verbod op dingen geldt vanwege hun onzuiverheid en schadelijkheid

Het is het recht van Allah, Degene Die de mens geschapen en met talloze giften overladen heeft, toe te staan en te verbieden zoals het Hem behaagt en de mens verplichtingen en verantwoordelijkheden op te leggen, die Hij passend voor hem vindt. Als Zijn schepselen hebben zij noch het recht om er vragen bij te stellen noch het recht om Hem ongehoorzaam te zijn. Maar Allah Soebhanahoe wa Ta’ala is niet willekeurig in Zijn bevelen, want Hij is genadig voor Zijn dienaren. Hij heeft dingen vanwege een speciale reden Halal en Haram gemaakt; namelijk het welzijn van de mensen. Daarom heeft Hij niets toegestaan behalve dat, wat zuiver is, noch heeft Hij iets verboden behalve dat wat onzuiver is.

Het is waar, dat Allah Ta’ala een paar goede dingen aan de joden verbood, maar dit was slechts bedoeld als straf voor hun opstandigheid en voor het breken van de regels, die Allah gesteld had. Daarom zei Hij:

“Wij verboden de Joden alle dieren die klauwen hebben en Wij verboden hun het vet van runderen, schapen en geiten, anders dan wat hun ruggen of hun ingewanden dragen of hetgeen met een been is gemengd. Dit is de vergelding, welke Wij hun voor hun opstandigheid gaven. En Wij zijn voorzeker Waarachtig.”(Q.6:146)

Elders in de Qor’aan beschrijft Allah andere uitingen van deze opstandige houding.

En wegens de onrechtvaardigheid van de Joden en hun weerhouden van Allah’s weg, verboden Wij hen de reine dingen die ben (voordien) waren toegestaan. En om het nemen van rente, ofschoon het hun was verboden en het onrechtvaardig opslokken van ‘s mensen rijkdommen, hebben Wij voor degenen onder hen die niet geloven een pijnlijke straf bereid.” (Q.4:160-161)

Toen Allah zijn laatste boodschapper (vzmh) zond met de eeuwige complete godsdienst voor de mensheid, nadat zij tot wasdom was gekomen, demonstreerde Hij Zijn genade door de verboden op te heffen, die een tijdelijke straf voor een opstandig en koppig volk waren17. De komst van de Profeet (vzmh), die hen van deze moeilijkheden zou verlossen, was aan de joden en de Christenen voorspeld18, zoals de Qor’aan zegt:

“Hen, die de boodschapper, de reine profeet volgen, die zij in de Torah19 en het Evangelie beschreven vinden, legt hij het goede op en verbiedt het kwade, veroorlooft hun de goede dingen en verbiedt de slechte en ontheft hen van de last en de kluisters die hen bonden. Zij, die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is nedergezonden volgen, zullen gewis slagen.” (Q.7:157)

In de Islam zijn door Allah Ta’ala andere manieren om zonden uit te wissen voorgeschreven dan door goede dingen te verbieden, namelijk: diep berouw, dat de zonde wegwast, zoals water vuil wegwast; goede daden die slechte daden compenseren; geld uitgeven aan liefdadigheid, wat het vuur uitdooft; beproevingen en lijden doorstaan, dat zonden wegvaagt zoals de herfstwind dorre bladeren wegblaast. Zodoende weten we, dat de Islam alleen dingen verbiedt die onzuiver of schadelijk zijn.

Als iets alleen maar schadelijk is, is het Haram en als het alleen maar weldadig is, is het Halal; als het nadeel het nut overtreft dan is het Haram en als het nut het nadeel overtreft, dan is het Halal. Dit principe wordt in de Qor’aan met betrekking tot wijn en gokken uitgelegd:

“Zij vragen u omtrent wijn en kansspel. Zeg hun: “In beide is groot nadeel en ook enig voordeel voor de mensen.” (Q.2:219)

Met behulp van dezelfde logica geeft de Qor’aan antwoord op de vraag, wat in de Islam Halal is, namelijk de goede dingen. Goede dingen zijn dingen, waarvan gematigde mensen erkennen dat ze weldadig zijn en door mensen over het algemeen worden goedgekeurd, zonder dat het betrekking heeft op de gewoonten van een bepaalde groep.

Allah Ta’ala zegt:

“Zij vragen u, wat hen geoorloofd is. Zeg: Alle goede dingen zijn geoorloofd.” (Q.5:4)

Hij zegt ook:

“Alle goede dingen zijn u deze dag geoorloofd.” (Q.5:5)

Van de moslim wordt niet verlangd, dat hij precies weet wat onrein of schadelijk is in hetgeen Allah verboden heeft; het kan voor de een verborgen blijven terwijl het voor een ander duidelijk wordt, of het kan zijn dat de nadelige effecten niet gedurende iemands leven ontdekt worden maar pas later begrepen worden. Wat van een moslim verlangd wordt is eenvoudig te zeggen: “We horen en gehoorzamen.” Hebben we niet opgemerkt, dat Allah het eten van varkensvlees verboden heeft, zonder dat de moslims de reden voor dit verbod kenden, en alleen wisten dat een varken een vies beest is? Eeuwen zijn er voorbij gegaan voordat het wetenschappelijk onderzoek aantoonde, dat er een dodelijke bacterie in het vlees huist. Maar zelfs als wetenschappelijk onderzoek niets in varkensvlees ontdekt had, of als er nog veel meer dan dat ontdekt was, zal de moslim toch blijven geloven dat het onrein is.

Een ander voorbeeld hiervan is de uitspraak van de Profeet:

“Vermijd drie verfoeilijke daden (oftewel: degene die ze begaat wordt door Allah en de mensen vervloekt), je behoefte doen in een stroom, je behoefte doen op de weg en je behoefte doen op schaduw plekken”20

Mensen uit vroegere tijden wisten, dat dit vieze handelingen waren; een gruwel voor de beschaving en de openbare gedragsnormen. Dankzij de vooruitgang in de wetenschap weten wij, dat deze drie verfoeilijke dingen een gevaar waren voor de volksgezondheid, want zij zijnde oorzaak van de verspreiding van gevaarlijke ziektes zoals mijnwormziekte (ankylostema) en bilharzia (schictosomiasis).

Dus als het licht van de kennis dieper doordringt en er nieuwe ontdekkingen gedaan worden, wordt voor ons het nut duidelijk van de weldadige aspecten van de Islamitische wetgeving met betrekking tot wat wettig en verboden is, eigenlijk het nut van alle wettelijke verboden. Hoe kan het ook anders; ze komen immers van de Wijze, Alwetende en Genadige God.

“En Allah weet de kwaadstichters van de vredestichters te onderscheiden. En indien Allah het had gewild, zou Hij het u moeilijk hebben gemaakt.” (Q.2:220)

Yusuf al Qaradawi

SHAYKH YUSUF AL QARADAWI,1926, IS EEN TOONAANGEVEND ISLAMITISCHE THEOLOOG. HIJ STUDEERDE AF AAN HET USUL UD-DEEN (THEOLOGIE) FACULTEIT VAN HET AL AZHAR UNIVERSITEIT IN 1953. HIJ BEHAALDE ZIJN LERAARCERTIFICAAT IN 1954 EN WERD IN 1974 PH.D. (DOCTOR IN WETENSCHAPPEN). HIJ WERD ONDER ANDERE BEKEND DOOR ZIJN WEKELIJKSE PROGRAMMA, WETGEVING EN HET LEVEN (SHARIA WAL HAYAT), DAT UITGEZONDEN WORDT OP ALJAZEERA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close