Voor Kinderen

Het jaar van de olifant

Ieder jaar kwamen er veel mensen naar de stad Mekka op het Arabische schiereiland om de bedevaart te maken en bij de Ka’aba te bidden. Het was de taak van Abdoel Moetallib – de grootvader van de latere profeet Mohammed – om dan de pelgrims van water, voedsel en dergelijke te voorzien. Hij was namelijk aangewezen als de beschermer van de Ka’aba. Daarom hadden de mensen respect voor hem.

In het land Jemen had een man die Abraha heette, een grote dure kerk laten bouwen. Maar er kwamen niet zo veel mensen bidden als bij de Ka’aba in Mekka. Dus besloot hij om de Ka’aba te vernietigen. Het leger van Abraha was heel sterk. Zij reden op olifanten en roofden alles wat ze onderweg tegenkwamen, ook de kamelen van Abdoel Moetallib. De mensen in Mekka waren erg bang geworden, maar Abdoel Moetallib niet.

Hij zei tegen Abraha: “Ik wil mijn kamelen terug!” Abraha was verbaasd dat Abdoel Moetallib zich drukker maakte om zijn kamelen dan om de Ka’aba en zei dat ook tegen hem. Maar Abdoel Moetallib antwoordde: “Ik moet voor mijn kamelen zorgen en Allah zal voor Zijn Ka’aba zorgen!” “Nou,” riep Abraha overmoedig, “tegen mij zal Hij, Allah, niet op kunnen!” Dat zullen we nog wel eens zien, dacht Abdoel Moetallib.

De volgende ochtend liet Abraha zijn leger naar de Ka’aba oprukken. Maar onverwachts kwamen er duizenden vogels aanvliegen met steentjes in hun snavels die ze boven op het leger lieten vallen. Bijna alle soldaten werden gedood.

Abdoel Moetallib had gelijk gekregen: Allah zal Zijn Ka’aba altijd verdedigen!

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close