Wetgeving

Het Harame is voor iedereen verboden.

In de Islamitische Sharia heeft het Harame een universele toepasbaarheid; hierbij bestaat er niets, dat voor een niet-Arabier verboden, maar voor een Arabier toegestaan is, noch iets wat beperkingen aan zwarten oplegt, maar aan blanken toegestaan wordt. Er bestaan geen klassen met speciale privileges of individuen, die in naam van de godsdienst kunnen doen wat ze maar willen. Moslims hebben geen enkel recht om iets voor anderen Haram te maken, terwijl het voor henzelf Halal is; dit zou ook niet kunnen, want Allah is waarlijk de Heer van iedereen en de Islamitische Sharia geldt voor alle mensen. Wat Allah heeft toegestaan in de Sharia is voor alle mensen wettig en wat Hij verboden heeft, is voor alle mensen tot de Dag der Opstanding verboden.

Bijvoorbeeld: stelen is even Haram voor moslims als voor niet-moslims; de straf ervoor is hetzelfde, ongeacht de familie en de afkomst van de dief. De Profeet (vzmh) heeft deze regel ferm bekrachtigd. Hij verklaarde:

“Bij Allah, als Fatimah, de dochter van Mohammed, zou stelen, dan zou ik haar haar hand eraf laten hakken”33

Er werd een geval van diefstal aan de Profeet (vzmh) voorgelegd. Er werden twee mensen verdacht; een jood en een Moslim. Sommige verwanten van de Moslim kwamen met uitvoerige getuigenverslagen voor de dag om de Jood verdacht te maken en om hun eigen man te redden, terwijl hij de eigenlijke schuldige was. De Profeet (vzmh) nam bijna aan dat de moslim onschuldig was. Toen kwam er een openbaring die de samenzwering onthulde en de jood van de misdaad vrijsprak en aan de Profeet (vzmh) opdroeg om zonder vooroordeel recht te spreken:

“Wij hebben u waarlijk het Boek (de Qor’aan), dat. de waarheid bevat, nedergezonden, opdat gij tussen de mensen zoudt richten door hetgeen Allah u heeft onderwezen. En wees geen pleiter voor de oneerlijken. En vraagt vergiffenis van Allah. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol. Pleit niet voor degenen, die hun ziel onrecht aandoen. Voorzeker, Allah heeft degene, die volkomen oneerlijk en een groot zondaar is, niet lief. Zij trachten zich voor de mensen te verbergen, maar zij kunnen zich niet voor Allah verbergen en Hij is bij hen wanneer zij de nacht doorbrengen met een bespreking, die Hem niet behaagt. Allah weet, wat zij doen. Ziet, gij zijt degenen die in het tegenwoordige leven voor hen pleiten. Maar wie zal bij Allah voor hen pleiten op de dag der opstanding, of wie zal een voogd over hen zijn?” (Q.4: 105-109)

In de verwrongen joodse geschriften wordt beweerd, dat het voor een jood verboden is om woeker te vragen, wanneer hij geld aan een joodse broeder uitleent, maar dat het toegestaan is als hij het geld aan een niet-jood uitleent. De volgende tekst vinden we in Deuteronomium 23:19-20:

Gij zult aan uw broeder niet woekeren, met woeker van geld, met woeker van spijs, met woeker van enig ding waarmede men woekert, aan de vreemde zult gij woekeren, maar aan uw broeder zult gij niet woekeren, opdat de Here uw God u zegene in alles waaraan gij uw handen s laat, in het land waar gij naar toe gaat om dat te erven.

De Qor’aan spreekt ook nog over een andere tendens onder de joden, te weten de tendens om anderen, die niet van hetzelfde ras of hetzelfde geloof zijn, te bedriegen, zonder daar iets verkeerds in te zien. De Qor’aan zegt:

“Onder de mensen van het Boek is hij, die, als gij hem een schat toevertrouwt, u deze zal teruggeven, en er zijn er onder, die, als gij hun een dinar toevertrouwt, deze niet aan u zullen teruggeven, tenzij gij er voortdurend om vraagt. Dat komt, omdat zij (de Joden) zeggen: “Wij zijn niet aansprakelijk voor de zaak van de ongeletterden.” Daarmede uiten zij tegen beter weten in een leugen tegen Allah.” (Q.3:75)

Ongetwijfeld hebben ze een leugen verzonnen die ze aan Allah toeschrijven, want de wet van Allah discrimineert niet tussen de verschillende volkeren, en wat het bedriegen aangaat: Allah heeft het vervloekt door middel van de woorden van alle boodschappers en profeten.

Als verontschuldiging kunnen we aanvoeren, dat de neiging om een dubbele maatstaf te hanteren, een voor de broeder en een voor de vreemdeling of buitenstaander, karakteristiek is voor de primitieve ethiek. Het kan nooit aan een goddelijk geopenbaarde religie toegeschreven worden, want hoog moreel besef, dat immers de ware moraliteit is, is te herkennen aan zijn universaliteit en grootsheid en maakt geen gebruik van een dubbele maatstaf. Het onderscheid tussen ons en natuurvolkeren ligt niet in het bestaan of de afwezigheid van een morele code, maar in de grootte van het veld, waarin die code toepasbaar is. Deze mensen beschouwen eerlijkheid bijvoorbeeld ook als een prijzenswaardige deugd, maar ze gebruiken het alleen voor de mensen van de eigen stam. Als ze met mensen van buiten hun stam of clan omgaan, dan zien ze er niets verkeerds in om hen te bedriegen; ze moedigen het ook aan of soms is het zelfs vereist!

De auteur van: “The Story of civilization” schrijft:

Bijna alle groepen zijn het erover eens, dat andere groepen interieur zijn. De Amerikaanse Indianen beschouwden zichzelf als het uitverkoren volk, speciaal door de Grote Geest geschapen als lichtend voorbeeld voor de rest van de mensheid. Een Indiaanse stam noemde zichzelf: de enige mensen, een ander: mensen der mensen. De Caraïben zeiden: “Wij alleen zijn mensen.” De Eskimo’s geloofden dat de Europeanen naar Groenland kwamen om manieren en deugden te leren. Daarom is het bij de natuurvolkeren bijna nooit opgekomen, om de morele code waar ze zelf mee omgingen, ook voor andere stammen te laten gelden. Men dacht, dat het functioneren van de morele code uitsluitend gold om de eigen groep eendrachtig en sterk te maken tegen andere groepen. Geboden en taboes golden alleen voor de eigen stam, met anderen mocht men zover gaan als men durfde, behalve als het gasten waren.34

Yusuf al Qaradawi

SHAYKH YUSUF AL QARADAWI,1926, IS EEN TOONAANGEVEND ISLAMITISCHE THEOLOOG. HIJ STUDEERDE AF AAN HET USUL UD-DEEN (THEOLOGIE) FACULTEIT VAN HET AL AZHAR UNIVERSITEIT IN 1953. HIJ BEHAALDE ZIJN LERAARCERTIFICAAT IN 1954 EN WERD IN 1974 PH.D. (DOCTOR IN WETENSCHAPPEN). HIJ WERD ONDER ANDERE BEKEND DOOR ZIJN WEKELIJKSE PROGRAMMA, WETGEVING EN HET LEVEN (SHARIA WAL HAYAT), DAT UITGEZONDEN WORDT OP ALJAZEERA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close