Het Gebed

Het gebed van de reiziger

De Verhevene heeft gezegd: {Wanneer jullie op de aarde rondtrekken dan is het voor jullie geen vergrijp als jullie de salaat verkorten als jullie vrezen dat zij die ongelovig zijn jullie in verzoeking brengen} (al-Nisa:101) Ya’li ibn Umayya zei: Ik heb gezegd tegen ‘Umar ibn Khattaab: Heb je gezien dat er mensen het gebed verkorten? En Hij zij Groots en Verheven heeft gezegd: {als jullie vrezen dat zij die ongelovig zijn jullie in verzoeking brengen}. Hij ging het doen op die dag. ‘Umar zei: ik ben verbaasd, net zoals jij dat bent. Ik heb het gezegd aan de Gezant Gods (vrede zij met hem) en hij heeft gezegd: “Het is een aalmoes die God jullie schenkt, neem die dus in ontvangst”. Overgeleverd door de groep (geleerden).

 

  • Bij de Hanafieten: inkorten van het gebed tijdens een reis is een ‘azima (= bepaling in religieus recht) en het beëindigen van het gebed is afkeurenswaardig in tegenstelling tot de Sunna.
  • Bij de Shafi’ieten: inkorten is toegestaan, maar men keurt het voltooien niet af, maar het is wel een ‘azima en het is beter dat de reis zonder drie fases is, behalve als het beter is het in te korten.
  • De rechtsgeleerden verschillen van mening over de afstand van de reis die het inkorten toestaat. Bij de Malikieten, Shafi’ieten en Hanbalieten gelijk aan ongeveer90 kilometer.
  • Ze verschillen ook in de tijdsduur van de reis, dat is 4 dagen bij de meeste en 15 dagen bij de Hanafieten. En als men het plan heeft langer te blijven dan beschouwt men ze als gevestigd en is inkorten niet toegestaan. Als men de verblijfsduur niet weet en iedere dag zegt: “morgen reis ik” en vervolgens gedwongen wordt te blijven, dan beschouwt men hem als een reiziger en is het inkorten toegestaan ongeacht de duur van zijn verblijf. En dit is volgens de Hanafietische school en (volgens) de woorden van de Shafi’ieten en dat is een daad van de groep van metgezellen en volgens de woorden van anderen bij de Shafi’ieten is het na een verblijf van meer dan 18 dagen dat men als gevestigd wordt beschouwd en het inkorten niet is toegestaan ongeacht de reden.
  • Men stelt als voorwaarde om te beginnen met toestemming verlenen tot het inkorten als men vanuit de beschaving komt en blijf inkorten tot men naar zijn land terugkeert.
  • De reiziger kort het, uit vier delen bestaande gebed in en bidt dan twee delen ervan. Het is geldig om de gevestigde na te bootsen door de reiziger en hij begroet dan en doet zoals de gevestigde. Zoals het ook geldig is om de reiziger na te bootsen (door de gevestigde), en hij bidt dan vier delen.
  • Het is toegestaan het vrijwillige gebed te verrichten op een rijdier, in de boot, in de auto, in de trein, in het vliegtuig. Het is verplicht dat de bidder zich richt naar de gebedsrichting als hij dat kan. De zuilen van het gebed en de plichten daartoe vervallen voor wat voor hem onhaalbaar is geworden, dus hij gebaart zijn hoofd voor de buiging en de knieling, en hij verlaagt zijn hoofd om te knielen, meer dan het verlagen voor de buiging. De rechtsgeleerden waren het erover eens en de scholen volgens de hadith van ‘Amar ibn Rabi’a (moge God tevreden over hem zijn), hij zei: “ik heb de Gezant Gods (vrede zij met hem) gezien terwijl hij op zijn kameel zat. Hij prees God en gebaarde met zijn hoofd in de richting van Mekka, waar hij ook heen wees, hij deed dit niet in het vastgestelde gebed”. Allen waren het erover eens.
  • Wat het verplichte gebed op een kameel, in een boot, een auto, trein of vliegtuig betreft, het is alleen geldig bij noodzaak. Onder het noodzakelijke is de angst voor het verstrijken van de tijd, wanneer bijvoorbeeld de reiziger instapt voor het begin van het gebed en hij zou niet uitstappen voordat het volgende gebed begint. In dit geval is het hem  toegestaan te bidden. En als hij een geldige reden heeft om zich niet te richten tot Mekka en de delen van het gebed te voltooien, dan moet hij het inhalen volgens de Shafi’ieten, omdat het een zeldzaam excuus is. Hij hoeft het niet in te halen volgens de Hanafieten, de Malikieten en de Hanbalieten. Dat is na te lezen in al-Majmu’ van al-Nawawi, Hashiyya van Ibn ‘Abdin, al-Furu’ van Ibn Muflih, al-Muwatta’ van Imam Malik en Nil al-Awtaar van al-Shawkani.
  • De reiziger bidt de Sunna gebeden als hij niet in een lastige situatie komt en dan met name de Sunna van het ochtendgebed en van het vooravondgebed. Hij doet dat als hij is uitgestapt en in rust, niet als hij onderweg is. (na te lezen in Hashiyya van Ibn ‘Abdin)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close