Wetgeving

De basis is dat de dingen toegestaan zijn.

Het eerste asl of principe dat door de Islam ingesteld werd, is dat de dingen die Allah geschapen heeft alsook de opbrengsten ervan voor de mens bedoeld zijn en dus ook zijn toegestaan. Niets is Haram, behalve wat door een duidelijke en expliciete nas4 als Haram is vastgesteld5 door de Wetgever Allah Soebhanahoe wa Ta’ala. Als de nas niet duidelijk is, zoals bijvoorbeeld in het geval van een zwakke Hadith, of als er niet expliciet een verbod in staat, blijft het oorspronkelijke principe dat de dingen geoorloofd zijn, van kracht. De Islamitische geleerden hebben het principe van wezenlijke bruikbaarheid en geoorloofdheid van dingen afgeleid van duidelijke verzen uit de Qor’aan. Allah zegt, bijvoorbeeld: “Hij is het, Die alles, wat op aarde is, voor u schiep” (Q.2:29) “En Hij heeft alles…

Alles wat naar het Harame leidt, is zelf ook Haram.

Een ander Islamitisch principe is, dat als iets verboden is, alles wat ertoe leidt ook verboden is. Hiermee heeft de Islam de bedoeling om alle wegen, die naar het Haram leiden te blokkeren. Bijvoorbeeld, de Islam heeft seks buiten het huwelijk verboden, het heeft ook alles verboden, wat dit aanlokkelijk maakt of wat ertoe leidt, zoals verleidelijke kleding, privéafspraakjes en vrijblijvende omgang tussen mannen en vrouwen, het afschilderen van naaktfiguren, pornografische lectuur, obscene liederen enz. enz. In overeenstemming hiermee hebben Islamitische juristen het criterium vastgesteld, dat alles wat het Harame bevordert of ertoe leidt, zelf Haram is. Een zelfde principe is dat de verbodsovertreding niet beperkt is tot degene, die hem begaat, maar zich uitstrekt tot degenen, die hem hierbij geholpen hebben, mentaal of materieel; een ieder wordt verantwoordelijk voor…

Het is verboden om wat Haram is, valselijk voor te doen als Halal.

Zoals de Islam alles verboden heeft wat tot het Harame leidt, heeft het ook verboden, dat men zijn toevlucht neemt in formele wettiging om wat Haram is te kunnen doen, door middel van kromme redeneringen en door Satan geïnspireerde excuses. De joden zijn met name voor zulke praktijken berispt. De Profeet (vzmh) zei: “Handel niet als de Joden die Allah’s verboden door ondeugdelijke excuses, formeel wettig gemaakt hebben.”23 Dit refereert naar het feit, dat Allah de joden verboden had op Sabbat (zaterdag) te jagen. Om dit verbod te ontwijken, groeven zij geulen op vrijdag, zodat de vis er op zaterdag in zou vallen en zij hem op zondag konden vangen. Degenen, die hun toevlucht zoeken in rationalisering en excuses om hun praktijken te rechtvaardigen, beschouwen zulke handelingen als wettig, maar…

Twijfelachtige zaken dienen vermeden te worden.

Dankzij Allah’s genade aan de mensen zijn zij niet in onwetendheid omtrent het Halal en Haram gebleven. Hij heeft hen zelfs heel duidelijk gemaakt, wat Halal is en hen uitgelegd wat Haram is. Zoals Hij zegt: “Terwijl Hij al reeds heeft uitgelegd wat Hij u heeft verboden” (Q.6:119) In overeenstemming daarmee mag men het Halal doen en moet men het Harame vermijden, zolang men de keuze hieruit heeft. Er is echter tussen het duidelijke Halal en het duidelijke Harame een grijs tussengebied. Dit is het terrein van hetgeen twijfelachtig is. Sommige mensen zijn niet in staat om te beslissen of iets Halal of Haram is. Zulke verwarring kan veroorzaakt worden door een twijfelachtig bewijs of door twijfel aan de toepasbaarheid van de tekst op een bepaalde omstandigheid of een specifieke…

De Islamitische principes waarop de Islamitische wetgeving gebaseerd is.

Van de vraag wat Halal en wat Haram hoort te zijn, waren de volkeren uit de pre-Islamitische tijd, verward als zij waren, ver afgeweken, en ze stonden dan ook veel onzuivere en schadelijk zaken toe en verboden veel dingen, die goed en zuiver waren. Zij maakten grove fouten en gingen of te ver naar rechts of te ver naar links. Aan de extreem rechtse kant stond de ascese van de Brahmanen in India en het zichzelf ontkennende kloosterleven in het christendom. Ook waren er andere godsdiensten die gebaseerd waren op het kastijden van het vlees, men onthield zich van goed eten, en vermeed andere geneugten van het leven, die Allah aan de mensen geschonken heeft. Het christelijk kloosterleven beleefde haar top gedurende de middeleeuwen, toen het vermijden van goede en…

Iets wettig verklaren en iets verbieden is het alleenrecht van Allah

Het tweede principe is, dat de Islam de bevoegdheid om te bepalen wat Haram en wat Halal is, ingeperkt heeft; het heeft het uit handen van de mensen genomen, ongeacht hun religieuze of wereldse positie, en heeft het uitsluitend voor de Heer der mensen gereserveerd. Noch rabbijnen, noch priesters, koningen of sultans hebben het recht om de dienaren van Allah iets permanent te verbieden, als iemand dit doet, heeft hij zeker de grenzen overschreden en soevereiniteit opgeëist, die, met betrekking tot de legalisatie voor het volk, alleen aan Allah Soebhanahoe wa Ta’ala toebehoort. Anderen die met deze overschrijding of aanmatiging instemmen en handelen zoals hen voorgeschreven wordt, verheffen hen tot de rang van de deelgenoten of collega’s van Allah: “Hebben zij (afgodendienaren) dan medegoden, die hun een godsdienst hebben voorgeschreven…

Halal verbieden en Haram toestaan staat gelijk aan het plegen van Shirk.

Hoewel de Islam alle mensen vermaant, die op eigen gezag verklaren wat wettig en onwettig is, is zij nog strenger ten opzichte van diegenen, die onjuiste verboden uitroepen, omdat het creëren van verboden moeilijkheden voor de mensen veroorzaakt en onterecht beperkt, wat Allah ruim voor Zijn schepselen heeft gemaakt. Deze tendens heerst onder sommigen van hen, die in godsdienstzaken te extreem worden en zij moeten in bedwang gehouden worden. De Profeet (vzmh) vocht met alle mogelijke middelen tegen deze pseudovroomheid en dwepers en waarschuwde iedereen die zich daaraan overgaf met de volgende woorden: “De dwepers zullen weggevaagd worden.” Hij herhaalde dit drie maal. De Profeet (vzmh) karakteriseerde zijn boodschap met de volgende uitspraak: “Ik ben gestuurd met dat wat goed en gemakkelijk is.” De duidelijkheid van zijn boodschap houdt het…

Het verbod op dingen geldt vanwege hun onzuiverheid en schadelijkheid

Het is het recht van Allah, Degene Die de mens geschapen en met talloze giften overladen heeft, toe te staan en te verbieden zoals het Hem behaagt en de mens verplichtingen en verantwoordelijkheden op te leggen, die Hij passend voor hem vindt. Als Zijn schepselen hebben zij noch het recht om er vragen bij te stellen noch het recht om Hem ongehoorzaam te zijn. Maar Allah Soebhanahoe wa Ta’ala is niet willekeurig in Zijn bevelen, want Hij is genadig voor Zijn dienaren. Hij heeft dingen vanwege een speciale reden Halal en Haram gemaakt; namelijk het welzijn van de mensen. Daarom heeft Hij niets toegestaan behalve dat, wat zuiver is, noch heeft Hij iets verboden behalve dat wat onzuiver is. Het is waar, dat Allah Ta’ala een paar goede dingen aan…

Dat wat Halal is, is toereikend terwijl dat wat Haram is, overbodig is.

Een van de mooie dingen van de Islam is, dat zij alleen maar dat verbiedt wat onnodig of vervangbaar is, terwijl het alternatieven aandraagt, die beter zijn en een groter gemak en comfort aan de mensen bieden. Dit punt wordt door lbn Al Qayyim uitgelegd: “Allah heeft ons verboden om voortekenen te zoeken in het trekken van loten, maar Hij heet ons het alternatief van istighara21 bezorgd, wat een smeekbede is, waarin om Allah’s leiding verzocht wordt. Hij heet woekerrente verboden, maar winstgevende handel aangemoedigd. Hij heet gokken verboden, maar wedden in de vorm van een wedstrijd (zoals paarden- en kamelenraces en wedstrijden in scherp schieten) toegestaan, omdat dat zinvol is voor het religieuze streven van de moslim. Hij heet het dragen van zijde (voor mannen) verboden, maar heet hen…

Goede bedoelingen maken hetgeen Haram is nog niet acceptabel.

In al zijn wetgevingen en morele bevelen legt de Islam grote nadruk op de nobelheid van gevoelens, verhevenheid van doelen en zuiverheid van bedoelingen. De Profeet (vzmh) zei: “De daden worden naar intentie beoordeeld en iedereen wordt naar intentie beloond.”26 Inderdaad worden in de Islam routinebezigheden van het dagelijks leven en wereldlijke zaken door goede intenties omgevormd tot handelingen van aanbidding en verering van Allah. Dat houdt in, dat wanneer men voedsel eet met de bedoeling in leven te blijven en het lichaam te sterken opdat men in staat zal zijn om de verplichtingen tegenover de Schepper en andere mensen na te komen, wordt zijn eten en drinken als een daad van aanbidding van Allah Ta’ala beschouwd. En als men van seksuele gemeenschap met zijn vrouw geniet, een kind wil…
Close