Het Gebed

De rechtsregels over het gebed

De rechtsregel over het gebed, de beloning daarvoor, en de regel met betrekking tot het nalaten ervan

Het gebed is een van de vijf zuilen van de islam en is de pijler van het geloof, waarvan geldt dat het tot niemand gericht is behalve tot Hem. Het is het eerste dat God de Verhevene heeft opgedragen aan religieuze verplichtingen, het eerste waarop de gelovige wordt afgerekend en het laatste gebod van de Gezant Gods (vrede zij met hem) dat hij zijn geloofsgemeenschap adviseerde bij het verlaten van deze wereld. En het is het laatste wat van het geloof werd geschonden. God de Verhevene heeft het bevel gegeven tot behoud van het gebed onder alle omstandigheden, bij vestiging en reizen, bij veiligheid en angst, Hij heeft gezegd: {Houdt jullie aan de salaats en vooral aan de middelste salaat en staat onderdanig voor Allah. Als jullie dan bang voor iets zijn doet het dan lopend of rijdend. Als jullie in veiligheid zijn gedenkt dan Allah zoals Hij jullie heeft onderwezen wat jullie niet wisten}(al-Baqara: 238, 239). Zoals God de Verhevene de manier van het gebed ten tijde van oorlog heeft uitgelegd in de Koran ter bevestiging van het niet laten vervallen van het gebed onder de belangrijkste omstandigheden. Hij heeft gezegd: {Wanneer jullie op aarde rondtrekken dan is het voor jullie geen vergrijp als jullie het gebed verkorten als jullie vrezen dat zij die ongelovig zijn jullie in verzoeking brengen. De ongelovigen zijn voor jullie een duidelijke vijand. En wanneer jij bij hen bent en voor hen (als imam) de salaat verricht, dan moet een groep van hen met jou de salaat verrichten en zij moeten hun wapens bij zich houden. Wanneer zij zich eerbiedig neerbuigen moeten zij achter jou zijn. Dan moet de andere groep komen die de salaat niet gebeden heeft. Zij moeten dan met jou de salaat bidden en zij moeten hun voorzorgsmaatregelen treffen en hun wapens bij zich houden. Zij die ongelovig zijn zouden graag willen dat jullie niet op jullie wapens en goederen zouden letten zodat zij in een keer een uitval tegen jullie konden doen. Het is geen vergrijp voor jullie als jullie last van de regen hebben of ziek zijn om dan de wapens af te leggen. Maar treft voorzorgsmaatregelen. Allah heeft voor de ongelovigen een vernederende bestraffing klaargemaakt. En wanneer jullie de salaat beëindigd hebben gedenkt dan Allah staand, zittend en op jullie zij liggend. Wanneer jullie dan weer rust hebben verricht dan de salaat. De salaat is voor de gelovigen een voorschrift voor bepaalde tijden}(al-Nisa: 101-103). God (Hij zij groots en verheven) heeft degenen gewaarschuwd die het gebed nalaten. Hij heeft gezegd: {Toen volgden hen daarna opvolgers op die het gebed veronachtzaamden en de begeerten najoegen; zij gaan dus verderf tegemoet} (Maryam:59) en: {Wee hen die de salaat bidden die hun gebed veronachtzamen} (al-Maa’uun: 4, 5).

En de Gezant van God (vrede zij met hem) heeft uitgelegd dat het gebed zonden uitwist. Hij heeft gezegd: “Zouden jullie zien dat wanneer een rivier voor de deur van een van jullie zou zijn en hij zou zich vijf keer per dag daarin wassen, zouden jullie dan nog iets vuils op hem kunnen bespeuren?” Ze zeiden: “Nee, Gezant Gods”. En hij heeft toen gezegd: “Dat is zoals de vijf gebeden waardoor God de zonden uitwist”. Overgeleverd door al-Bukhaari en Muslim.

Er zijn veel tradities over de Gezant Gods (vrede zij met hem) over ongeloof van het nalaten van het gebed, waaronder:

  • De traditie van Djaabir: hij heeft gezegd: de Gezant Gods (vrede zij met hem) heeft gezegd: “tussen de mens en het ongeloof staat het nalaten van het gebed”. Overgeleverd door Muslim, Abu Daawud, al-Tirmidhi, Ibn Maajah en Ahmad.
  • De traditie van Buraida: hij heeft gezegd: de Gezant Gods (vrede zij met hem) heeft gezegd: “de overeenkomst tussen ons en hen is het gebed dus wie het nalaat is ongelovig”. Overgeleverd door Ahmad en de metgezellen van de Sunan.
  • De traditie van ‘Abd Allah ibn Shaqiq al-Uqaili: hij heeft gezegd: “de metgezellen van Muhammad (vrede zij met hem) zagen niets van de daden die de ongelovigen nalieten behalve het gebed”. Overgeleverd door al-Tirmidhi en al-Haakim en dat werd geldig verklaard volgens de voorwaarden van de twee sheikhs. De metgezellen en de imams waren het met elkaar eens dat wie het gebed nalaat, het verloochent of ermee spot een afvallige ongelovige is. Wat betreft degene die het opzettelijk nalaat, zonder het te verloochenen, dat is ook een ongelovige volgens sommige metgezellen, waaronder ‘Umar ibn al-Khattaab, ‘Abd Allah ibn Mas’ud, ‘Abd Allah ibn ‘Abbaas en Mu’aadh ibn Jabal en ook volgens imam Ahmad (moge God tevreden over hen allen zijn). Wat de mening van de rest betreft, hun mening is: wie het gebed nalaat zonder het te verloochenen is geen ongelovige, maar wel een boosdoener die zich berouwvol moet tonen. Als hij dat niet doet moet hij gedood worden volgens de in de Koran vastgelegde straf (hadd-straf). Het is geen ongeloof bij de Shafi’ieten en Malikieten; Abu Hanifa heeft gezegd: “hij wordt niet gedood maar krijgt een berisping en wordt gevangen gezet tot hij wel het gebed verricht”.

Het gebed is alleen een verplichting voor de (lichamelijk en geestelijk) volwassen moslim, maar het is nodig dat men het aan het kind opdraagt als hij de leeftijd van zeven jaar bereikt. En bestraf hem als hij het gebed nalaat bij de leeftijd van tien jaar. En dat is om  hem te laten wennen. En in de traditie staat: “dwing uw kinderen tot het gebed als zij de leeftijd van zeven jaar bereiken en bestraf hen als zij tien jaar zijn en scheidt hen in de bedden” (meisjes en jongens apart leggen). Overgeleverd door Ahmad, Abu Daawud en al-Haakim. En hij heeft gezegd: “het is geldig verklaard volgens de voorwaarde van Muslim”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close