Het Gebed

De plichten van het gebed

De plichten van het gebed of haar zuilen, dat zijn de handelingen die degene die bidt moet verrichten tijdens het gebed, waarvan geldt dat als hij er een weglaat zijn gebed ongeldig is. De plichten van het gebed zijn:

  • De intentie (niyya): dat is dat men de intentie heeft om het gebed uit te voeren vanuit zijn ziel. De plek ervan is in het hart. Daarom hoeft men het niet hardop uit te spreken. Een uitspraak daarover is niet te herleiden tot de Gezant Gods (vrede zij met hem)
  • Het uitspreken van de woorden God is de grootste (Allahu akbar) bij het begin van het gebed en men zegt Allahu akbar. En dit is volgens de woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “de sleutel van het gebed is reinheid,‘God is de grootste’ zeggen brengt men in staat van gebed, en met het begroeten (taslim) wordt het beëindigd”. Overgeleverd door de vijf (geleerden) behalve al-Nasaa’i en het is geldig verklaard door al-Tirmidhi en al-Haakim.
  • Rechtop staan (al-qiyaam): voor wie in staat is tijdens het verplichte gebed: “bid staande, als je dat niet kan doe het dan zittend en als je dat niet kan doe het dan op je zij”. Overgeleverd door al-Bukhaari. Voor het extra gebed is het toegestaan dat men het zittend bidt terwijl men kan staan, maar “het gebed van een zittende is een half gebed”. Overgeleverd door al-Bukhaari en Muslim.
  • Het reciteren van het eerste hoofdstuk uit de Koran (al-Fatiha): bij iedere eenheid van het gebed (rak’a) is het verplicht. En extra: “het is geen gebed als je niet al-Fatiha reciteert”. Overgeleverd door de groep (geleerden).
  • De kniebuiging (al-ruku’): dat is de buiging die men maakt totdat de handen de knieën raken en dan laat men ze erop rusten: “buig dan totdat je rust”. Allen zijn het erover eens.
  • Het opheffen vanuit de kniebuiging en het staande oprichten met berusting: “vervolgens hef je op totdat je je staande opricht”. Allen zijn het erover eens.
  • Het knielen (al-sujud): twee keer bij iedere eenheid van het gebed (rak’a) met berusting: “kniel dan totdat je rust al knielende”. Allen zijn het erover eens.

En de knieling bestaat uit zeven punten: het gezicht, de twee handpalmen, de twee knieën  en de zijkanten van de twee voeten. Allen zijn het erover eens. En hij (vrede zij met hem) als hij knielde: “raakten zijn neus en voorhoofd de grond”. Overgeleverd door Abu Daawud en al-Tirmidhi.

  • Het laatste zitten: het lezen van de uitspraak van getuigenis (tashahhud) tijdens het laatste zitten als volgt: alle gebeden en aanbidding in woorden, daden en bezittingen zijn alleen voor God. Vrede zij met u, o profeet, en de genade van God en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de oprechte dienaren van God. Ik getuig dat er geen God is dan God en ik getuig dat Muhammad Zijn dienaar en gezant is”. Overgeleverd door de groep (geleerden). Het gebed volgens de Profeet (vrede zij met hem) na het uitspreken van de getuigenis (tashahhud) bij de Shafi’ieten.
  • Het begroeten: volgens de woorden van de Gezant Gods (vrede zij met hem): “de sleutel van het reine gebed is het zeggen “God is de Grootste” (takbir) en het begroeten (taslim)”. Overgeleverd door Ahmad, Abu Daawud, ibn Maajah en al-Tirmidhi. En het merendeel van de schriftgeleerden vindt dat het eerste groeten verplicht is en het tweede groeten aanbevolen. Er staat geschreven over de Gezant Gods (vrede zij met hem): één begroeting en twee begroetingen in geldige tradities.
  • De volgorde: moet plaatsvinden als volgt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close