De Bevrijding

De mens werd volledige vrijheid gegeven.

Na de schepping van de mens zond Allah hem naar de aarde en vertrouwde hem de bouw van een menselijke beschaving toe, gebaseerd op vrede en liefde. Zij die deze opdracht uitvoeren, worden als “gelovigen” aangeduid (moeminoen), en zij die deze opdracht storen of haar volvoering verhinderen of haar tegenwerken, worden aangeduid als “ongelovigen” (kafiroen) en gezien als vijanden van de gelovigen.

Om de mens in staat te stellen, een dergelijke moeilijke opdracht te volbrengen, gaf Allah hem de volledige vrijheid en beschikking naar eigen goeddunken; Allah schonk het vertrouwen (amana), wat absolute vrijheid en verantwoordelijkheid betekent, aan de Hemelen, de Aarde en de Bergen. Die weigerden haar echter te aanvaarden omdat zij bang waren voor de verantwoordelijkheid; de mens aanvaardde haar wel.

  • Voorwaar, Wij boden de hemelen, de aarde en de bergen aan, hun (iets) toe te vertrouwen, maar zij weigerden dit te dragen en vreesden er voor, maar de mens nam het op zich…[Al-Ahzaab 72]

Daarom voorzag Allah de mens van de rede die in staat is tot beschouwing, contemplatie, analyse, synthese en afleiding van resultaten. Allah voorzag de mens tevens van een ziel en zintuigen die reageren op de omgeving en de bijbehorende gevoelens en psychische responsen produceren. De mens is door deze werktuigen in staat om kennis te vergaren en de goede weg van de slechte te onderscheiden, en het kwade van het goede.

  • Hebben Wij hem niet twee ogen gegeven?* En een tong en twee lippen?* Hebben Wij hem dan niet de twee hoofdwegen getoond? [Al-Balad 8-10]
  • En bij de ziel en haar volmaaktheid,* Hij openbaarde haar wat slecht en wat goed (voor haar) is,* Voorwaar, geslaagd is hij die haar loutert* En voorzeker hij gaat te gronde die haar te gronde richt. [Asj-Sjams 7-10]
  • Wij hebben de mens uit een gemengde levenskiem geschapen en hebben hem horende en ziende gemaakt om hem op de proef te stellen.* Wij hebben hem de weg getoond, hij moge dankbaar of wel ondankbaar zijn.*[Ad-Dahr/ Al-Insaan 2-3]

In het kort: de Heilige Koran heeft een realistisch concept van de mens, en erkent al zijn eigenschappen, materieel en spiritueel, maar ook zijn neiging tot het volgen van aardse wensen en de verleidingen van Satan, en tegelijkertijd zijn voornemen, de juiste weg en de instructies van Allah te volgen. Daarom wordt godsdienst volgens de Heilige Koran beschouwd als een reactie op deze erkenning en de belichaming ervan. De Islamitische beschaving is dus geconcentreerd op:

  1. de mens zo goed mogelijk te maken en hem van kwaad te beschermen,
  2. het absoluut vrij maken van de mens,
  3. gelijkheid voor alle mensen, mannen en vrouwen ( de internationaliteit van de mensheid),
  4. het bewerkstelligen van vrede voor alle volkeren,
  5. het bouwen van een menselijke beschaving gebaseerd op vrede en liefde,
  6. het bewerkstelligen van gerechtigheid op aarde,
  7. respect voor arbeid en arbeiders, het beschouwen van arbeid als een soort aanbidding en
  8. respect voor kennis in het algemeen en het vergaren van kennis als een soort aanbidding.

Vrijheid van geloof en gedachte

Allah eerde de mens meer dan al Zijn creaturen, zelfs meer dan de engelen.

  • Toen uw Heer tot de engelen zeide: “Ik ga de mens uit klei scheppen,* En wanneer Ik hem heb gevormd en hem van Mijn geest heb ingeademd, werpt u dan in gehoorzaamheid voor hem neder. [Saad 71-72]
  • En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam geëerd en hen gedragen over land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen dergenen die Wij hebben geschapen. [Al-Israa, Banie Israa’iel 70]
  • Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen,[At-Tien 4]

De reden waarom de mens alle eer kreeg boven Gods schepselen is dat hij de verantwoordelijkheid droeg van het bouwen van de menselijke beschaving; dat betekent dat de mens accepteerde de uitvoering van , al amana  oftewel: “vrijheid”, die hem in staat stelt om zijn missie op aarde uit te voeren. Allah vroeg de bergen, de hemelen en de aarde of zij vrij wilden zijn om hun levens volgens hun wil in te richten. Alle zeiden: “Nee, wij willen ons volledig aan U onderwerpen zonder enige tegenwerping.” Maar toen aan de mens dezelfde vraag gesteld werd, zei hij: “Ik wil vrij zijn en ik accepteer de missie die Gij mij opdraagt”. Daarom heeft de mens volledige vrijheid gekregen en Allah voorzag hem van de nodige middelen om deze vrijheid in de praktijk te brengen, zoals we hierboven zagen.

Allah gaf de mens vrijheid van geloof en gedachte, vrijheid van religie en zelfs vrijheid om wel of niet in Allah te geloven, dankbaar of ondankbaar te zijn, en zijn eigen weg te kiezen omdat de mens persoonlijk verantwoordelijk is voor wat hij denkt en doet.

  • Zeg: “Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil.” [Al-Kahf 29]
  • Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend, Alwetend. [Al-Baqarah 256]
  • Dit is zeker een vermaning. Dus moge hij die wil, de weg tot zijn Heer inslaan. [Al-Mozzammil 19]

Allah berispt de Profeet Mohammed op een gegeven moment zelfs, omwille van zijn ambitie, van alle mensen gelovigen te maken:

  • En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden? [Joenos 99]

Allah zei tegen de Profeet Mohammed dat hij slechts mocht vermanen bij het verkondigen van Gods Boodschap, omdat het niet zijn missie is om tussen de mens en zijn zaken, zijn wil en zijn keuzes te komen.

  • Vermaant hen daarom want gij zijt slechts een vermaner;* Gij zijt geen waker over hen. [Al-Ghaasjijah 21-22]
  • Waarlijk, gij zult hen die gij wilt niet kunnen leiden, maar Allah leidt wie Hij wil; en Hij kent hen het beste die geleid willen worden. [ Al-Qasas 56]

Bevrijding van tradities (wanneer zij vals zijn)

Allah waarschuwt de mens niets of niemand te vrezen, behalve God. Allah spoort de mensen aan, niet onderdanig te zijn aan wie dan ook. Allah zei dat de mens zich moest bevrijden van de imitatie van wat door vaders en voorvaderen werd gevolgd, zelfs als de geïmiteerde traditie een soort religie was, wanneer hij vindt dat die religie niet goed of nuttig is voor de mens. Allah vraagt dat de mens niet in Allah gelooft door de imitatie van zijn ouders en voorouders.

Hij vraagt hem te geloven in Allah door gebruik van zijn verstand en uit zijn eigen vrije keuze.

  • En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Volgt hetgeen Allah heeft geopenbaard”, zeggen zij: “Neen, wij zullen datgene volgen, wat wij onze vaderen zagen volgen”. Zelfs al hadden hun vaderen in het geheel geen verstand en volgden zij ook de rechte weg niet? [ Al-Baqarah 170]
  • Neen, zij zeggen: “Wij zagen onze vaderen een godsdienst volgen en wij richten ons naar hun voetstappen.* En evenzo zonden Wij geen waarschuwer naar een stad vóór u of de rijken hiervan zeiden: “Wij zagen onze vaderen een godsdienst volgen, en wij treden in hun voetstappen.”* Zij (de boodschappers) zeiden: “Hoewel wij u een betere leiding brengen dan hetgeen gij uw vaderen hebt zien volgen?” Zij zeiden: “Waarlijk, wij verwerpen datgene waarmede gij gezonden zijt.” [Az-Zochrof 22-24]
  • En verkondig aan het volk het verhaal van Abraham.* Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: “Wat aanbidt gij?”* Zeiden zij: “Wij aanbidden (onze) goden en wij zullen hun toegewijd blijven.”* Hij zeide: “Horen zij u als gij hen aanroept? * Baten of schaden zij u?”*  Zij antwoordden: “Maar wij vonden dat onze vaderen hetzelfde deden.”* Hij zeide: “Ziet gij dan, wat gij aanbidt, * Gij en uw voorvaderen? * Zij zijn vijanden van mij behalve de Heer der Werelden, * Die mij heeft geschapen en Hij is het, Die mij leidt;* En Die mij voedsel en drank geeft.* En Die mij geneest wanneer ik ziek ben; * En Die mij zal doen sterven en daarna weer tot het leven terugroepen.* En Die, hoop ik, mij mijn tekortkomingen zal vergeven op de Dag des Oordeels.” [Asj-Sjoaraa 69-82]
  • Het betaamt een mens niet, als Allah hem het Boek en de macht en het profeetschap geeft, dat hij dan tot de mensen zou zeggen: “Weest mijn dienaren buiten Allah”; maar (veeleer): “Weest aanbidders van de Heer, daar gij het Boek onderwijst en zelf bestudeert.” * Noch zal hij u gebieden de engelen en de profeten als goden te aanvaarden. Zou hij u ongeloof bevelen, nadat gij Moslims werd? [Al-Imraan 79-80]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Zie ook

Close
Close