De Bedevaart

De kleine bedevaart (‘umra)

Ten eerste: haar definitie en rechtmatigheid:

De kleine bedevaart is het bezoek. Bedoeld wordt hier het bezoek aan de Ka’ba om de speciale rituelen uit te voeren. De Gezant Gods (vrede zij met hem) heeft gezegd: “de kleine bedevaart in Ramadan is gelijk aan de bedevaart (hadj)”. Overgeleverd door Ahmad en Ibn Maajah. Dat betekent dat de beloning ervan gelijk staat aan de beloning van de niet-voorgeschreven bedevaart. Maar de voorgeschreven bedevaart vervalt hiermee niet.

Hij heeft gezegd: “Tussen een kleien bedevaart en de volgende is een boetedoening voor de zonden die in de tussentijd zijn begaan. En de gezegende bedevaart volgens de manier van de Profeet (vrede zij met hem) heeft geen andere beloning dan het Paradijs”. Overgeleverd door de twee sheikhs en Ahmad.

Bij de meeste schriftgeleerden is het toegestaan om meerdere keren per jaar de kleine bedevaart te maken, als men dat wil. Malik keurt dat af. De Gezant Gods (vrede zij met hem) maakte de kleine bedevaart vier keer: de eerste was de ‘umra al-Hudaybiyya, de tweede ‘umra was om in te halen (qada’), de derde ‘umra al-Ji’raana en de vierde was samen met zijn bedevaart. Overgeleverd door Ahmad en Abu Daawud.

Ten tweede: de rechtsregel ervan:

Het is sterk aanbevolen bij de Hanafieten en de Malikieten, dit volgens de traditie van Djaabir, dat de Profeet (vrede zij met hem) werd gevraagd of de kleine bedevaart verplicht was. Hij zei: “Nee, maar als jullie de kleine bedevaart maken is dat beter”. Overgeleverd door Ahmad en al-Tirmidhi, en er is gezegd dat het een goede, geldige traditie is.

Ten derde: het tijdstip ervan:

De kleine bedevaart is gedurende het hele jaar toegestaan, met uitzondering van de dag van ‘Arafa, de dag van nahr, en de dagen van tashriq, als men twee dagen vertraagd is dan is het toegestaan om de kleine bedevaart te maken. Maar het is beter om de kleine bedevaart uit te stellen tot de dagen van Tashriq zijn geëindigd. ‘Aisha heeft de kleine bedevaart na de bedevaart gedaan in de maand Dhu’l-Hidja.

Ten vierde: de vastgestelde plaatsen (miqaat) ervan:

Wie vanuit de Mekkaanse plaatsen vertrekt om de bedevaart te doen, voor hem zijn de plaatsen voor de kleine bedevaart dezelfde. Wie er binnenkomt dan zijn de plaatsen daar, volgens de woorden van de Gezant Gods (vrede zij met hem): “tot en met de inwoners van Mekka uit Mekka… ”. Allen waren het erover eens. ‘Aisha nam de gewijde staat (ihraam) voor de kleine bedevaart aan in Tan’im, volgens wat de Gezant Gods (vrede zij met hem) haar had bevolen. (Allen waren het erover eens.)

Ten vijfde: de zuilen en verplichtingen ervan:

De zuilen: de gewijde staat (ihraam) – de rondgang (tawaaf) – heen en weer lopen (sa’yy) bij de Malikieten en de Hanbalieten; de Shafi’ieten voegen nog het scheren en de volgorde toe. Wat betreft de verplichtingen, aanbevelingen en de rest van de rechtsregels, die zijn zoals bij de bedevaart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close