Wetgeving

De Islamitische principes waarop de Islamitische wetgeving gebaseerd is.

Van de vraag wat Halal en wat Haram hoort te zijn, waren de volkeren uit de pre-Islamitische tijd, verward als zij waren, ver afgeweken, en ze stonden dan ook veel onzuivere en schadelijk zaken toe en verboden veel dingen, die goed en zuiver waren.

Zij maakten grove fouten en gingen of te ver naar rechts of te ver naar links. Aan de extreem rechtse kant stond de ascese van de Brahmanen in India en het zichzelf ontkennende kloosterleven in het christendom. Ook waren er andere godsdiensten die gebaseerd waren op het kastijden van het vlees, men onthield zich van goed eten, en vermeed andere geneugten van het leven, die Allah aan de mensen geschonken heeft.

Het christelijk kloosterleven beleefde haar top gedurende de middeleeuwen, toen het vermijden van goede en zuivere zaken onder de monniken, duizenden in getal, het punt bereikte, dat het wassen van de voeten als zonde gezien werd en het nemen van een bad iets was, waarvoor men zich moest schamen en berouw betuigen. Aan de extreme linkerkant stond de Mazdak filosofie, die in Perzië opkwam. Zij verdedigde de absolute vrijheid en stond de mensen toe alles te nemen en te doen, wat ze maar wilden. Zij spoorde hen zelfs aan om wat de mens normaal gesproken onschendbaar acht, geweld aan te doen.

De Arabieren uit de pre-Islamitische tijd vormen een opmerkelijk voorbeeld van uiterste verwarring met betrekking tot de criteria, die dingen en handelingen toestaan en verboden maken. Zij stonden bijvoorbeeld het drinken van alcohol toe, vroegen waanzinnige woekerrentes, martelden hun vrouwen en zonderden hen af en hadden nog vele andere praktijken van soortgelijke aard. Mensen met duivelse gedachten hielden anderen net zo lang voor, dat het aantrekkelijk was om hun eigen kinderen te vermoorden, tot ze hun natuurlijke ouderlijke gevoelens onderdrukten en hen gehoorzaamden. Zoals Allah Soebhanahoe wa Ta’ala zegt:

“Op dezelfde manier hebben voor velen der afgodendienaren hun afgoden het doden hunner kinderen schoonschijnend gemaakt, opdat zij hen mogen vernietigen en verwarring in hun godsdienst doen ontstaan.” (Q.6:137)

Deze “afgodendienaren” die bewakers van de afgodsbeelden waren, gebruikten vele indrukwekkende argumenten om vaders ertoe over te halen hun kinderen te doden, waaronder de angst voor bestaande of te verwachten armoede, de dreigende schande wanneer er een dochter geboren zou worden en nabijheid tot de goden door een zoon te offeren.

Het is vreemd dat dezelfde mensen, die het doden van hun eigen kinderen toestonden, door ze hun keel door te snijden of levend te begraven, zichzelf het eten van sommige agrarische producten en het vlees van vee verboden hadden. Nog vreemder is het dat zij zulke verboden als een deel van hun godsdienst beschouwden en ze aan Allah’s3 bevel toeschreven. Maar Allah verwierp hun valse aanspraken:

“Zij zeggen: “Dit en dat vee en die en die oogsten zijn verboden, niemand zal er van eten, dan wie het ons belieft” – alzo beweren zij – en er is vee, welks ruggen verboden zijn en er is vee, waarover zij de naam van Allah niet uitspreken en zij bedenken een leugen over Hem. Hij zal hen weldra vergelden, hetgeen zij verzinnen.” (Q.6:138)

Bovendien ontmaskert de Qor’aan dwalingen van diegenen, die wat verboden had moeten zijn Halal hebben gemaakt en Haram wat toegestaan had moeten zijn.

“Zij, die hun kinderen door gebrek aan kennis uit domheid doden en hetgeen, waarvan Allah hen heeft voorzien, onwettig maken, een leugen over Allah smedende, zijn inderdaad afgedwaald – noch kunnen zij recht geleid worden.” (Q.6:140)

Toen de Islam kwam waren dwalingen, misverstanden en andere meningen, met betrekking tot de vraag wat Halal en Haram is, wijd verspreid.

Een van de eerste dingen die de Islam bereikte, was dan ook om bepaalde wettelijke principes en maatstaven vast te leggen om deze belangrijke kwestie recht te zetten. Deze principes werden daarna tot bepalende criteria gevormd, waarop de vraag wat Halal of Haram was kon worden gebaseerd. Zo werden de belangrijke gezichtspunten in het juiste perspectief gebracht en de regels met betrekking tot Halal en Haram op basis van rechtvaardigheid ingesteld.

De Islamitische oemmah (gemeenschap) werd zodoende een oemmah, die een positie tussen het extreem rechtse en linkse innam, wat Allah Ta’ala omschrijft als

“…de oemmah van het midden, het beste volk dat voor de mensheid is verwekt.” (Q.3:110)

Yusuf al Qaradawi

SHAYKH YUSUF AL QARADAWI,1926, IS EEN TOONAANGEVEND ISLAMITISCHE THEOLOOG. HIJ STUDEERDE AF AAN HET USUL UD-DEEN (THEOLOGIE) FACULTEIT VAN HET AL AZHAR UNIVERSITEIT IN 1953. HIJ BEHAALDE ZIJN LERAARCERTIFICAAT IN 1954 EN WERD IN 1974 PH.D. (DOCTOR IN WETENSCHAPPEN). HIJ WERD ONDER ANDERE BEKEND DOOR ZIJN WEKELIJKSE PROGRAMMA, WETGEVING EN HET LEVEN (SHARIA WAL HAYAT), DAT UITGEZONDEN WORDT OP ALJAZEERA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close