Voor Kinderen

De Hidrja (emigratie) naar Abessinië

De vervolgingen door de Mekkanen werden steeds heviger. Vele moslims werden zo erg gemarteld, dat ze aan hun verwondingen overleden. Anderen konden de kwellingen niet langer verdragen en zeiden, dat ze afstand deden van de islam. Hoewel het geloof altijd in hun harten bleef, was het voor hen nu bijna onmogelijk geworden om de islam te praktiseren. Het deed de heilige profeet veel verdriet om de moslims in deze toestand te zien. Daarom gaf hij hen de raad om naar Abessinië, een christelijk land, te emigreren. Hij zei: “Ga naar Abessinië, het land waar een rechtvaardige koning heerst, totdat Allah een weg uit onze problemen zal openen.

Zo trok het eerste groepje mannen en vrouwen in het geheim naar hun nieuwe bestemming. Daar werden ze met open armen ontvangen en waren ze vrij om hun geloof te praktiseren en Allah te aanbidden. Dit was de eerste emigratie van de moslims.

Toen de Qoeraish over de zaak hoorden, stuurden zij onmiddellijk twee mannen, waaronder Amr ibnoe al aas, met dure geschenken naar de negus, zoals de koning van Abessinië werd genoemd. Zij moesten hem overhalen om de moslims terug naar Mekka te sturen. Zij zeiden tegen hem: “Er zijn mensen uit Mekka naar uw land gevlucht die niet meer in onze godsdienst geloven en ook niet tot uw godsdienst behoren. Zij hebben gewoon een nieuw geloof verzonnen. Wij zijn gestuurd om hen mee terug naar Mekka te nemen.” Amr ibnoe al aas is later een van de grootste moslim strijders geworden.

Maar de negus van Abessinië wilde eerst horen wat de moslims hierover zelf te zeggen hadden. Hij liet hen bij zich roepen. Dja’far ibn Aboe Talib sprak namens de moslims: “O koning, vroeger aanbaden wij afgoden en begingen wij veel zonden. Toen stuurde Allah een profeet naar ons. Hij leerde ons om alleen Allah te aanbidden, te vasten, de zakaat te betalen en geen slechte dingen te doen.” Dfa’far vertelde nog veel meer over de islam en las tenslotte een deel van hoofdstuk ‘Marjam’ uit de Qor’aan voor.

Nadat de negus naar de heilige woorden over Marjam en de geboorte van haar zoon, de profeet Isa, geluisterd had, zei hij diep ontroerd: “Zeker, Isa en Mohammed hebben woorden uit dezelfde bron gebracht!” De negus gaf toestemming aan de moslims om in Abessinië te blijven en stuurde de twee mannen van de Qoeraish terug naar Mekka.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close