Voor Kinderen

De eerste baan van de Profeet

Mohammed groeide op tot een volwassen man. Hij was nu 25 jaar. Iedereen kende hem als een eerlijk, rechtvaardig en zachtmoedig persoon. De mensen hadden hem de bijnaam ‘Al Amien’ gegeven, wat betekent: ‘de waarheidsgetrouwe’.

In Mekka woonde ook een rijke weduwe, Chadiedja genaamd. Zij was een knappe vrouw van 40 jaar met een goed karakter. Op een dag hoorde Aboe Talib, de oom van Mohammed, dat Chadiedja mannen zocht om voor haar te handelen. Hij ging meteen naar haar toe en vroeg: “Zou jij mijn neef Mohammed in dienst willen nemen?” Chadiedja had al veel over Mohammed’s eerlijke en betrouwbare karakter gehoord en stemde zonder aarzeling toe.

Enige tijd later vertrok Mohammed met de karavaan van Chadiedja naar het Noorden. Haar slaaf Maisara ging met hem mee. Het was een lange, vermoeiende reis. Hoe langer Maisara in het gezelschap van Mohammed verbleef, hoe meer hij hem ging bewonderen. Het werd hem duidelijk, dat dit een bijzondere man was.

Toen de karavaan Boesra bereikte, rustte Mohammed even uit in de schaduw van een boom in de buurt van het huis van een monnik. De monnik kwam naar buiten en vroeg aan Maisara: “Wie is die man die daar onder de boom zit?” Maisara antwoordde: “Hij is iemand van de Qoeraish-stam” Toen vertrouwde de monnik hem toe: “Alleen profeten hebben onder deze boom gezeten!” Maisara dacht nog lang over deze woorden na.

In Syrië verkocht Mohammed alle goederen met veel winst en hij kocht vele nieuwe spullen voor Chadiedja, die weer bestemd waren voor de handel in Mekka. Daarna keerde de karavaan terug naar Mekka.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close