De Bedevaart

De bedevaart in de Heilige Koran

In de naam van God de Erbarmer, de Barmhartige

{En volbrengt voor God de bedevaart en het bezoek. Als jullie verhinderd zijn, brengt dan zoveel offergave als gemakkelijk is en scheert jullie hoofden pas als de offergave zijn bestemming (om geslacht te worden) heeft bereikt, maar als iemand van jullie ziek is of een letsel aan zijn hoofd heeft, dan is er compensatie die bestaat uit vasten of een aalmoes of een offerdier. Als jullie vrij van vrees zijn, dan moet wie van het bezoek tot aan de bedevaart profiteert zoveel offergave brengen als gemakkelijk is. Als iemand niets te geven vindt, dan een vasten van drie dagen tijdens de bedevaart en zeven wanneer jullie teruggekeerd zijn; dat zijn er in totaal tien. Dat is voor diegene van wie de familie niet bij de heilige moskee woonachtig is. Vreest God en weet dat God streng is in afstraffing. De bedevaart is in de bekende maanden. Wie zich daarin de verplichting van de bedevaart oplegt, moet zich tijdens de bedevaart van geslachtsverkeer, schandelijkheid en twist onthouden. Wat voor goeds jullie doen weet God. En neemt proviand mee, maar de beste proviand is godvrezendheid. Vreest Mij, o verstandigen. Het is voor jullie geen overtreding als jullie naar een gunst van jullie Heer streven. Wanneer jullie je van ‘Arafa wegspoeden gedenkt God dan bij het heilige baken en gedenkt Hem, hoe Hij jullie op het pad heeft gebracht, ook al hoorden jullie voordien tot hen die dwalen. Spoedt jullie dan weg waar de mensen zich vandaan spoeden en vraagt God om vergeving. God is vergevend en barmhartig. Als jullie je riten beëindigd hebben, gedenkt dan God zoals jullie je voorvaderen gedenken of noch intenser. Er zijn mensen die zeggen:; in het hiernamaals hebben zij geen aandeel. Er zijn er die zeggen:Zij zijn het die een aandeel zullen ontvangen van wat zij hebben verdiend. God is snel met de afrekening. Gedenkt God op een bepaald aantal dagen. Als iemand het haastig in twee dagen doet, dan is dat voor hem geen vergrijp en als iemand het langzamer doet, dan is dat voor hem ook geen vergrijp, als hij maar godvrezend is. En vreest God en weet dat jullie tot Hem verzameld zullen worden}(al-Baqara: 195 – 203).

Uitleg van de termen:

Volbrengt voor God de bedevaart en het bezoek: als jullie beginnen met de rituelen dan is het voor jullie verplicht om het af te maken. Als jullie het voorbij laten gaan, dan moeten jullie het inhalen.

  • Als jullie verhinderd zijn: dat wil zeggen het tegengehouden worden bij het voltooien van de rituelen, vanwege een vijand of iets anders.
  • Gemakkelijk is: eenvoudig te doen.
  • Het geschenk: het vee dat als toenadering tot God geschonken wordt en bij de verhindering is het minimaal één schaap slachten.
  • Zijn verblijfplaats: dat wil zeggen de plaats waar (het offerdier) wordt geslacht. Dat is in Mina voor de bedevaartganger en voor de mensen die de kleine bedevaart maken is het al-Marwa.
  • Vasten, aalmoezen of rituelen: wie zich niet kan scheren door ziekte of doordat het werkelijke schade toebrengt, voor diegene is de afkoopsom 3 dagen vasten, 6 armen te eten geven of het slachten van een schaap.
  • En als jullie vrij van vrees zijn: vanwege de veiligheid, dat wil zeggen als je in staat bent om de rituelen te voltooien.
  • Wie van het bezoek tot aan de bedevaart profiteert: het profijt is de gewijde staat (ihraam) van een bedevaartganger vanaf de vastgestelde plaats van de kleine bedevaart (‘umra). Hij gaat Mekka binnen, doet de kleine bedevaart, vervolgens ontdoet hij zich van de gewijde staat en keert dan terug naar het gewone leven, wachtend tot de 8e dag van Dhu’l-Hidja (de 12e maand van het islamitisch jaar) wanneer de bedevaart heilig is geworden en de rituelen zich vervolgen, dat is de in wachttijd aangewezen afspraak van de bedevaart. Hij pleziert zich met alles. Daarom moet hij een schaap slachten. Als dat er niet is, dan moet hij 10 dagen vasten, drie dagen tijdens de bedevaart, en 7 na terugkeer; dit is voor wie niet tot het volk van Mekka hoort of wie er verblijft.
  • Bekende maanden: dat zijn Shawwaal (de 10e maand v/h het islamitische jaar), Dhu ‘l-Qa’da (de 11e maand), en de 10e dag van Dhu ‘l-Hidja (de 12e maand).
  • De verplichting van de bedevaart oplegt: hij verplicht voor zichzelf het voltooien van de rituelen.
  • En gedraag je niet onbehoorlijk: het onbehoorlijk gedragen is het denken aan geslachtsgemeenschap en de aanleiding daartoe, dat staat namelijk gelijk aan gemeenschap hebben.
  • En schandelijkheid: komst van de zonden.
  • En geen twist: de discussie en de woordenstrijd tot de man zijn vriend irriteert.
  • Proviand meenemen: proviand voor de reis en voorraad voor het sterk worden. Sommige Arabieren in het pre-islamitisch tijdperk (al-Djahiliyya) vertrokken naar de bedevaart zonder proviand. En zij zeiden: “wij gaan op bedevaart naar Gods huis en wij eten niet”??
  • Jullie sterven naar een gunst: de moslims moeten terughoudend zijn met de handel tijdens de bedevaart. Het vers dat dit onthult werd neergezonden, zoals al-Bukhaari heeft overgeleverd.
  • Wegspoeden: jullie daalden af.
  • Het veilige baken: al-Muzdalifa.
  • Spoedt jullie dan weg waar de mensen zich vandaan spoeden: toen de Quraysh stopten bij al-Muzdalifa en de rest van de arabieren bij ‘Arafa. En het werd de Quraysh bevolen te stoppen bij de mensen. En zij spoedden weg waar de mensen wegspoedden.
  • Bepaald aantal dagen (tashriq is de naam voor de drie dagen die volgen op de dag van het offerfeest): 11e, 12e en 13e van de maand Dhu ‘l-Hidja.

Rondom de rituelen van de bedevaart.

In de naam van God de Erbarmer, de Barmhartige.

{Zij die ongelovig zijn en de weg van God versperren en ook de weg naar de heilige moskee die Wij gemaakt hebben voor de mensen, of zij daar nu een vaste verblijfplaats hebben of (als bezoeker) vanuit de woestijn komen…en als iemand daar misbruik wenst te maken door onrecht te plegen, dan zullen Wij hem een pijnlijke afstraffing laten proeven. En toen Wij aan Ibrahim op de plaats van het huis onderdak gaven (en zeiden):Dat is het. En als iemand de heilige dingen in ere houdt dan is dat beter voor hem bij zijn Heer. En voor jullie is het vee toegestaan, behalve wat jullie voorgelezen wordt. Vermijdt dus de gruwel van de afgoden en vermijdt het de onwaarheid te zeggen, als aanhangers van het zuivere geloof ten opzichte van God zonder metgezellen aan hem toe te voegen. En als iemand aan God metgezellen toevoegt, dan is het alsof hij uit de hemel valt en dan door de vogels meegesleurd of door de wind naar een afgelegen plaats geblazen wordt. Dat is het. En als iemand Gods gewijde symbolen in ere houdt, dan komt dat van de godvrezendheid van de harten. Voor jullie zijn daarin allerlei nuttigheden tot een vastgestelde termijn en daarna vinden zij hun bestemming (om geslacht te worden) bij het aloude huis. En voor elke gemeenschap hebben wij een rite gemaakt om Gods naam te vermelden over de dieren van het vee waarmee Hij hun voorzien heeft. En jullie god is één god , geeft jullie dus over aan Hem en verkondigt het goede nieuws aan hen die nederig vertrouwen, van wie, wanneer Gods naam vermeld wordt, de harten vol ontzag zijn, die geduldig volharden bij wat hen treft en die de salaat verrichten en die bijdragen geven van wat Wij hen voor hun levensonderhoud gegeven hebben. En de offerkamelen hebben Wij voor jullie tot Gods gewijde symbolen laten behoren. Daarin is (allerlei) goeds voor jullie. En vermeldt Gods naam erover als ze gekluisterd klaar staan. En als ze op hun zij gevallen zijn, eet er dan van en voedt ook de arme die bescheiden is en die erom vraagt. Zo hebben Wij ze aan jullie dienstbaar gemaakt; misschien zullen jullie dank betuigen}(al-Hadj: 24-37).

Uileg van de termen:

  • Vaste verblijfplaats hebben: hier woonachtig zijn.
  • Uit de woestijn komend: verschijning: degene die komt, dat wil zeggen verschijnt, bedoeld is hier de bezoeker.
  • Onrecht plegen: degene die onrecht aandoet, dat wil zeggen iets doen dat tegen het geloof en de gehoorzaamheid ingaat.
  • Wij gaven: wij maakten klaar.
  • Te voet: dat is ‘op hun voeten’.
  • Op allerlei knokige kamelen: dat wil zeggen rijdend op allerlei lastdieren, uitgemergeld door honger en dorst vanwege de reis.
  • Bergpas: de bergpas is de brede weg tussen twee bergen.
  • Om Gods naam op de bekende dagen te vermelden over de dieren van het vee waarmee Hij jullie voorzien heeft: het noemen van het slachten van de offerdieren op de offerdag en de drie daarop volgende dagen.
  • Als aanhanger van het zuivere geloof ten opzichte van God: de ware gelovige is de rechtschapen mens.
  • Heilige dingen: verzameling heilige zaken waarvan het niet geoorloofd is ze te schenden.
  • Gods gewijde symbolen: offerdieren van de bedevaart.
  • Voor jullie zijn daarin allerlei nuttigheden het gebruik is toegestaan voor het berijden totdat je de plaats van het slachten hebt bereikt.
  • Hun bestemming: de plaats van bestemming.
  • Een rite: het onderwerp waarin geslacht wordt het offer.
  • Hen die nederig vertrouwen: de nederigen: de onderdanigen.
  • De offerkamelen: verzameling van offerkamelen, dat is een vrouwtjes kameel.
  • Gekluisterd klaar staan: de voeten ervan staan gekluisterd, klaar als voorbereiding voor het offeren. De kameel wordt geofferd en staat op drie poten.
  • Op hun zij gevallen: gevallen op de aarde door de dood.
  • De bescheiden is: die niets vraagt.
  • De arme: degene die protesteert bij vragen

Verplichtingen van de bedevaart

In de naam van God de Erbarmer, de Barmhartige.

{Het eerste huis dat door de mensen werd neergezet is dat in Bakka (dwz. Mekka); gezegend is het en een leidraad voor de wereldbewoners. Erin zijn duidelijke tekenen; het is een standplaats van Ibrahim. Wie er binnen treedt is veilig. Het is voor de mensen een plicht jegens God om op bedevaart naar het huis te gaan; voor wie in staat is daarheen op weg te gaan. En wie ongelovig is … God heeft de wereldbewoners niet nodig}(Aal-‘Imraan:96, 97).

Uitleg van de termen:

  • Bakka: Mekka
  • De standplaats van Ibrahim (maqaam Ibrahim): de steen waarop Ibrahim stond tijdens de bouw van de Ka’ba. Hij was eraan gehecht en de rechtgeleide kalief ‘Umar ben al-Khattaab hinderde hem, tot er geen verwarring was tussen de groeperingen en de biddenden over de plaats. Het is naar voorbeeld van de Profeet (vrede zij met hem) om een gebed van twee delen te bidden bij de rondgang {zij namen de standplaats van Ibrahim in als gebedsplaats}.

De tijdstippen

{Zij vragen jou naar de nieuwe manen. Zeg:Vroomheid is niet dat jullie de huizen aan de achterkant ingaat, maar vroom is wie godvrezend is. Gaat dus door de deuren de huizen in en vreest God; misschien dat het jullie welgaat}(al-Baqara: 189).

Uitleg van de termen:

  • De nieuwe manen: verzameling van manen, het is de maan in de eerste drie nachten. De moslims vragen over de maan en de manen veranderen. En zij antwoorden dat voor de bepaling van de tijdstippen voor hun religieuze verplichtingen en hun handelingen voor de mens.

Het op- en neerlopen tussen al-Safa en al-Marwa (sa’yy)

{Zeker, al-Safa en al-Marwa behoren tot Gods gewijde symbolen. Als iemand dus een bedevaart maakt naar de Ka’ba, of er een bezoek aan brengt, dan is het voor hem geen overtreding als hij om beide de omgang verricht. En als iemand uit zichzelf iets goeds doet, dan is God dankbaar en wetend}(al-Baqara:158).

Uitleg van de termen:

  • Geen overtreding: geen zonde: dat is dat moslims het ontwijken om tussen al-Safa en al-Marwa op- en neer te lopen, door de onwetendheid. God de Verhevene heeft duidelijk gemaakt dat het op- en neerlopen tot één van de gewijde rituelen behoort. De Arabieren hebben hun oorsprong bij hun voorvader Ibrahim, hoewel ze een afgodsbeeld hebben geplaatst op al-Safa of anders op al-Marwa. Als de islam die twee zou wegnemen, dan is er geen verbod op het op- en neerlopen. Het is de herdenking van de gewijde rituelen van God.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close