De Bevrijding

Conclusie

De Heilige Koran bevrijdde de mens van het volgende:

  • van angst voor het leven en van de angst voor armoede. De Heilige Koran bevrijdt de mens van slavernij en hardnekkige behoeften en van vernedering of onderdrukking door eender welke macht. De Heilige Koran verwijst de mens en het hele universum naar Allah, Die de enige Voorziener en de enige Handhaver is. Geen mens, wat ook zijn positie is, hoeft gevreesd worden. Alleen Allah moet gevreesd worden. Alle mensen, aan de top of aan de bodem van de maatschappij,  zijn eender in de ogen van Allah.
  • van alle psychologische complexen; meerderwaardigheids- of minderwaardigheidscomplexen omdat Allah de enige superieure macht is
    Zeg: “O, Allah, Heer van het Koninkrijk, Gij geeft heerschappij aan wie Gij wilt en neemt terug van wie Gij wilt. Gij verheft, wie Gij wilt en vernedert, wie Gij wilt. Slechts in Uw hand is het goede. En Gij hebt macht over alle dingen. [Al-Imraan: 26] Wanneer iemand gelooft dat zijn lot in de handen van Allah ligt, dat zijn onderhoud van Allah komt, dan is iemand nooit bang van wat dan ook in het universum, behalve van Allah. Op deze wijze wordt de mens bevrijd van alle complexen.
  • van slavernij aan wensen, neigingen, wulpsheid, en wereldlijke geneugten. Vasten tijdens de Ramadan voor ongeveer 30 dagen lang wordt beschouwd als een jaarlijkse training, hoe je van wensen en verlangens te bevrijden.
    Wanneer de mens hongerig en dorstig is in de hete zomer en hij ziet eten en water voor hem en hij weerhoudt zich ervan te eten en te drinken betekent dit, dat hij in staat is,  omkoperij te weerstaan, zelfs wanneer hij behoeftig is, en dat hij in staat is om dictators en onderdrukkers te weerstaan.
  • van verderf door eender welk aanlokkelijk aards bezit. Wanneer de mens altijd aan zijn Schepper denkt, en Hem probeert tevreden te stellen in elke stap die hij onderneemt, in alles wat hij doet, in elk woord dat hij spreekt, zal hij nooit verdorven worden. Hij is een goed mens die van anderen houdt en deelneemt aan het bewerkstelligen van vooruitgang en voorspoed van alle mensen.

Allah eerde de mens boven de engelen. Allah heeft hem volledige vrijheid gegeven, zelfs de vrijheid niet in Hem te geloven, maar waarschuwde hem niet die fout te begaan omdat hij tot vernietiging leidt. Allah gelast de mens, na te denken over het universum en Allah’s regels te ontdekken die alles en iedereen sturen, dat betekent: Allah heeft alle deuren van wetenschap voor de mens opengezet opdat hij haar binnentreedt., De Heilige Koran gebiedt de mens, niet op te houden met leren, van geboorte tot aan zijn dood. Tezelfdertijd waarschuwt de Heilige Koran de mens, zijn ontdekkingen niet te gebruiken tot verderf van het menselijk leven of de verhindering en vernietiging van de bouw van de menselijke beschaving.

De Heilige Koran bevrijdt de mens van slavernij aan tradities en gelast hem onafhankelijk te denken, vrije beslissingen te nemen, vrij van elke vorm van pressie.

De Heilige Koran maakte alle mensen van alle kleuren en talen, rassen, landen en religies gelijk omdat de mens uit dezelfde oorsprong stamt. Hij bereikte tevens gelijkheid tussen man en vrouw, en hield hun afzonderlijke eigenschappen intact. Hij bouwt aan een gezond gezinsleven, waar liefde en samenwerking heerst.

De Heilige Koran bevrijdt het economische aspect van het leven van beperking tot een bepaalde ideologie of systeem.

Het stelt elk economisch systeem in staat om de beste vruchten voor de mens te dragen, of het nu kapitalistisch, socialistisch, collectief is onder voorwaarde dat het erop gericht is Allah te behagen; en Allah is behaagd, zegt de Heilige Koran, wanneer de mensheid goed gediend wordt.

Het concept van heroïek, volgens de Heilige Koran, is verbonden aan eeuwigdurende waarden, zoals geloof in Allah en het voelen van verantwoordelijkheid. De Heilige Koran verbindt heroïek niet aan oorlogsdaden of het doden van anderen en het bezetten van hun landen, of aan het vergaren van rijkdommen. Heroïek, is volgens de Heilige Koran verbonden aan het dienen van de mensheid. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn daden en niemand draagt verantwoordelijkheid voor de daden van de ander.

De Islam roept op tot gerechtigheid voor alle aspecten van het leven: in de wet, in de economie, in de omgang met elkaar, want gerechtigheid leidt tot vrede en tot welvaart. Gerechtigheid mag niet beperkt zijn tot één bepaalde maatschappij of land, maar het moet over de hele wereld verbreid worden door interactie in de verschillende gebieden van het leven: cultuur, wetenschap, economie, onderwijs, en kennis in het algemeen.

Islam erkent de speciale eigenschappen van de verschillende culturen, dus roept zij op tot dialoog en interactie tussen hen, niet tot strijd tussen hen.

De Islam roep de mens op, zelfverandering te bewerkstelligen op individueel, maar ook op maatschappelijk vlak.

Allah geeft ondersteuning aan al Zijn schepselen: het mensdom (gelovigen en ongelovigen), dieren, vogels, insecten, planten, etc. Daarom heeft gelovig of ongelovig zijn geen weerslag op het verdienen van geld, het eigendom van land, en het verkrijgen van gelijk welk eigendom of onderhoud.

  • En er is geen beest dat op de aarde kruipt, noch een vogel die op zijn vleugels vliegt, of zij vormen gemeenschappen, zoals gij. Wij hebben niets uit het Boek weggelaten. Dan zullen zij tot hun Heer tezamen worden gebracht. [al-Anaam: 38]
  • En er is geen schepsel dat op aarde kruipt, of zijn voorziening berust bij Allah, Hij kent zijn tehuis en zijn verblijfplaats. Alles staat in een duidelijk Boek. [Hoed: 6]
  • En hoeveel dieren zijn er die hun eigen onderhoud niet meedragen! Allah zorgt voor hen en voor u, en Hij is de Alhorende, de Alwetende.[Al-Ankaboet: 60]

De belangrijkste vraag is inderdaad hoe te verdienen en hoe uit te geven. Hoe te gebruiken wat iemand bezit is de meest belangrijke vraag. Gelovigen verdienen en geven uit op een wijze die Allah behaagt, dat wil zeggen: tot welzijn van de mensheid, terwijl het ongelovigen niet kan schelen of ze de mensheid dienen met verdienen en uitgeven. Ze zijn geïnteresseerd in het dienen en behagen van zichzelf als individuen en individuele naties, ongeacht de schade die hun zelfzucht aan anderen aanricht.

Er is een Islamitisch principe dat zegt: “een land kan vooruitgang boeken en hooggeavanceerde ontwikkeling doormaken op alle gebieden van het leven wanneer het rechtvaardigheid in zijn gemeenschap bewerkstelligt, zelfs als het een natie van ongelovigen is, en een natie kan in verval raken en instorten, wanneer het gerechtigheid veronachtzaamt, zelfs wanneer het een gelovige natie is.”

De reden is duidelijk. Gebieden van kennis, wetenschap, commercie, en inspanningen tot winst zijn mogelijk voor alle mensen, voor allen die hun verstand gebruiken, of zij in Allah geloven, of niet.

Aan de andere kant worden zij, die geen gerechtigheid in hun gemeenschap bewerkstelligen, niet als gelovig beschouwd, ook al zeggen ze dat ze dat zijn. En zij die gerechtigheid bewerkstelligen in hun gemeenschappen, worden beschouwd als volgelingen van Allah, zelfs wanneer ze niet in Hem geloven.

Nogmaals bevestigen wij het feit dat elke vooruitgang of geavanceerde ontwikkeling die de mensheid niet dient en die niet deelneemt aan de missie voor het bouwen van een vredige menselijke beschaving, overmand door liefde en samenwerking, nooit in het domein van “GELOOF” opgenomen zal worden en zal uiteindelijk tot vernietiging leiden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Close